Over de aanvraag van Eugénie bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven en de verbeterkansen.

In het voorjaar van 2018 heb ik me ingespannen om de doelgroep van binnenlands geadopteerden in het onderzoek naar geweld in de jeugdzorg van de Commissie De Winter mee te laten nemen. Dat was niet meer mogelijk. De trein was vol op stoom. Wel is er toen door het ministerie van Justitie en Veiligheid informatie aangereikt waarmee belanghebbenden zich konden informeren over de reikwijdte van het onderzoek. Van verschillende betrokkenen is bekend dat zij, net als ik, aan dit onderzoek hebben meegewerkt.

Volgend op de uitkomsten van het onderzoek en de daaraan verbonden erkenningsmaatregelen in 2019, heb ik in het voorjaar van 2021 een aanvraag gedaan bij het landelijke Schadefonds Geweldsmisdrijven (tijdelijke Regeling financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg).
In dit bericht vertel ik hoe de behandeling van mijn aanvraag is verlopen en wat de uitkomst was. Dat doe ik om medebelanghebbenden te informeren en in het bijzonder om binnenlands geadopteerden die overwegen om een aanvraag in te dienen, een hart onder de riem te steken en hen hopelijk met enkele welgemeende adviezen te ondersteunen.

Aanvankelijk was ik als de dood dat ik niet geloofd zou worden. Hoe moet je geweld aantonen dat decennia geleden onder de radar heeft plaatsgevonden en waarvan veel is kwijtgeraakt, verdraaid, vernietigd en – daardoor – in veel gevallen onbewijsbaar is geraakt? Daarbij komt dat het landelijk onderzoek dat tot doel had om de onderste steen van de Nederlandse adoptiegeschiedenis naar boven te halen en erkennen, jammerlijk is vastgelopen.
De vrees dat mijn aanvraag onvoldoende serieus zou worden genomen, bleek deels terecht. En ook mijn angst om met iemand te moeten praten die een aantal gevoeligheden niet kende en mij daardoor pijnlijk zou raken, bleek gegrond. 
In een telefoongesprek dat maar liefst twee uur duurde – met iemand die voor mij een  vreemde was – moest ik toelichten waarom ik vind dat mij in mijn eerste levensjaren ‘bovenmatig geweld’ is overkomen.  

Om te kunnen beoordelen of in mijn situatie en die van vele mede-geadopteerden van mijn generatie er sprake is geweest van dergelijk geweld, moet je in mijn optiek:

  • Voldoende kennis hebben over de praktijk van afstand en adoptie in ons land in de 20e eeuw
  • Op de hoogte zijn van juridische aspecten (Adoptiewet en de context ervan) én van de fysieke, psychologische en emotionele impact van die praktijk op de betrokken ouders en kinderen
  • Snappen dat geweld vele uitingen kent en dat het niet per se alleen betrekking heeft op bijvoorbeeld schoppen of slaan
  • Je roze bril kunnen afzetten als het om adoptie gaat
  • De omvang en reikwijde van deze geschiedenis kennen. Het gaat niet om incidenten maar om institutioneel geweld dat decennialang in ons land jegens tienduizenden ongehuwde moeders en hun kinderen, en ja ook vaders, is gepleegd
  • Begrijpen dat veel zogeheten afstandskinderen in de vorige eeuw vaak al enkele dagen na hun geboorte aan de Raad voor de Kinderbescherming of een voogdijinstelling werden toevertrouwd. Waarmee zij Kinderen van de Staat werden. En dat zouden zij blijven totdat zij wettelijk geadopteerd werden.

Omdat de medewerker die ik sprak bovenstaande kennis en vaardigheden onvoldoende in huis had, was het telefoongesprek een moeizame en pijnlijke exercitie. Reden voor mij om bij het Schadefonds een signaal af te geven, met als doel dat andere belanghebbenden vanuit deze geschiedenis die een aanvraag overwegen, een correcte en coulante behandeling van hun aanvraag, dossier én persoon meemaken. Ze hebben meer dan genoeg meegemaakt.    

Onderstaande adviezen zijn tot stand gekomen op basis van het evaluatiegesprek dat ik kortgeleden met de voorzitter van de onafhankelijke commissie van het Schadefonds heb gevoerd. Wie wil kan er zijn/ haar voordeel mee doen, je kunt er geen rechten aan ontlenen.
Ben je ook geïnteresseerd in de achtergronden van het onderzoek van de Commissie de Winter, het verloop van mijn aanvraag en mijn gesprek met de onafhankelijke commissie, lees dan onder de adviezen verder.

Adviezen

  • Meld je aan als je er zelf aan toe bent
  • Meld je na januari 2022 aan (wachtlijstproblematiek is dan hoogstwaarschijnlijk opgelost)
  • Je mag op een redelijke behandeltermijn rekenen (zonder uitstelverzoeken)
  • Meld je aan voor 31-12 2022 (vooralsnog de deadline)
  • Geef bij je aanvraag duidelijk aan dat je een binnenlands geadopteerde bent (verderop in dit bericht lees je precies waarom)
  • Het uitgangspunt bij binnenlands geadopteerden onder de Adoptiewet vanaf 1956| (i.h.b. de 20e eeuw) is dat alles waar je over wilt getuigen rondom bovenmatig geweld in je eerste levensjaren (dus vanaf de zwangerschap van de moeder) nauwgezet wordt beluisterd en in principe voor waar wordt aangenomen.
  • Bovenmatig geweld dat jij hebt ondergaan in een pleeggezin kun je ook inbrengen.
  • Het is raadzaam om in je aanvraag en beoordeling lange termijngevolgen (zoals blijvende fysieke en/of psychische schade) mee te nemen. Strikt genomen mogen de medewerkers van het Schadefonds geweld in het adoptiegezin niet als bovenmatig geweld in de boordeling meenemen (mits de adoptie wettig was). Maar in de context van je aanvraag kan zulke informatie zeker relevant zijn
  • Uiteraard wordt er getoetst op periode, kinderbeschermingsmaatregel, identiteit en een aantal vereiste papieren (bijvoorbeeld geboorte- en adoptieakte, verblijf in instelling en/of bij pleegouders, adoptieakte). Ook voor het toetsen van het geweld worden vragen gesteld
  • Er is een toezegging gedaan dat er tactvol wordt omgegaan met de toetsing, in het bijzonder van de identiteit van de geadopteerde aanvrager (dit is vaak een gevoelig punt)
  • Raadpleeg bij vragen/ twijfels het Schadefonds Geweldsmisdrijven:
                   Kneuterdijk 1
                   2514 EM Den Haag
                   T 070 – 414 20 00
                   E info@schadefonds.nl
  • Laat je niet bellen door medewerkers van het Schadefonds als je niet van abrupte verstoring houdt. Geef dan aan dat je alleen schriftelijk/ per mail geïnformeerd wilt worden over de voortgang  

Commissie De Winter en de definitie van ‘geweld’
Onder leiding van Mischa de Winter deed deze commissie van 2016-2019 onderzoek naar geweld in de jeugdzorg in Nederland. Deze commissie is ingesteld nadat uit de onderzoeken van de cie-Deetman (seksueel geweld in de Rooms-Katholieke kerk) en de cie-Samson (seksueel geweld in de jeugdzorg) bleek dat de definitie van geweld breder diende te worden gedefinieerd dan ‘alleen’ seksueel geweld. Kinderen kunnen aan verschillende soorten en categorieën geweld blootstaan, zoals fysiek geweld maar ook psychisch geweld. Daaronder valt ook verwaarlozing. Binnen de opdracht van de cie-De Winter ging het met name om geweld tegen minderjarigen in instituties en in pleeggezinnen.  

Doelgroep   

Het onderzoek van de cie-De Winter had betrekking op de periode 1945 tot heden. De doelgroep bestaat uit minderjarigen die onder toezicht en verantwoordelijkheid van de Rijksoverheid in genoemde periode in een rijksinstelling of pleeggezin hebben doorgebracht en daar het slachtoffer van geweld zijn geworden. Qua instellingen kunt je denken aan o.a.  (rijks)internaten en kostscholen voor kinderen in verschillende kwetsbare posities en omstandigheden (OTS, blinden/ slechtzienden, doven, vanwege bepaald gedrag, delinquentie etc.).
De groep van binnenlands geadopteerden, die veelal de eerste jaren van hun leven in zogeheten doorgangshuizen, moeder-kindhuizen, kindertehuizen en pleeggezinnen verbleven voordat zij wettelijk werden geadopteerd, is niet meegenomen in het onderzoek van de cie-De Winter. De gedachte was (en is) dat deze kinderen niet onder de zorg van de overheid hebben gevallen omdat zij geadopteerd waren. Dit in tegenstelling tot gewezen afstandskinderen die uiteindelijk niet zijn geadopteerd en die  (een deel van) hun jeugd in internaten en kostscholen hebben doorgebracht. Voor zover zij als minderjarige geweld hebben meegemaakt in instellingen/ pleeggezinnen, zijn zij als doelgroep wel meegenomen in het onderzoek van de cie-De Winter.
Parallel aan het zeer uitvoerige eindrapport ‘Onvoldoende beschermd. Geweld in de Nederlandse jeugdzorg van 1945-heden’ (juni 2019) heeft de cie-De Winter een flink aantal verbeteringen en erkenningsmaatregelen voorgesteld, waaronder de Tijdelijke regeling financiële tegemoetkoming (€ 5.000,00 netto per persoon).             

Aanvraag
In mei 2021 heb ik een aanvraag ingediend bij het Schadefonds. Ik meende dat ik recht heb op een financiële tegemoetkoming vanwege het geweld dat mij is overkomen onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Staat in de eerste vijf jaar van mijn leven. Om precies te zijn vanaf 9 dagen na mijn geboorte toen ik werd ‘toevertrouwd’ aan de Raad voor de Kinderbescherming. Het was de dag waarop mijn moeder de instelling moest verlaten en haar dochter moest achterlaten.   
De aanvraagperiode was stressvol omdat het erg lang duurde (meer dan 20 weken) en omdat ik bang was dat het niks zou worden. Ze zouden me misschien niet geloven. Het was misschien allemaal niet ernstig genoeg, of nog erger: ik had er wellicht zelf schuld aan.  

Duivels dilemma
In november 2021 kreeg ik een telefoontje van een juriste of ik het goed vond als er 6 weken uitstel van de behandeling van mijn aanvraag zou komen. Er hadden namelijk heel veel meer mensen een aanvraag ingediend dan men had verwacht. Ik dacht: ‘Dat kon je toch verwachten? Er is altijd een stille groep (meestal de grootste) die pas op het allerlaatst naar voren durft te stappen, vaak ingegeven door een combinatie van trauma en een flinke portie achterdocht tegen de overheid. Dat wantrouwen valt goed te verklaren als je bedenkt dat het geweld in de jeugdzorg onder de  verantwoordelijkheid van diezelfde overheid heeft plaatsgehad.’ Deze gedachte heb ik wijselijk voor me gehouden. Je weet immers niet wat voor effect het heeft als je het hardop zegt.
Wat te doen? Zou ik akkoord gaan met het uitstel? Diende dat mijn zaak of kon het in de staart juist tot lastige vragen leiden? Of ging ik voor de optie ‘vooruit met de geit. Afhandelen die zaak.’ Maar dan zou iemand mijn aanvraag misschien afraffelen en zou dat in mijn voordeel uitwerken of juist niet? Uiteindelijk heb ik gekozen voor uitstel maar of dat de slimste zet was, kon ik niet weten.

Gesprek (december 2021)
Een week voor kerst 2021 kreeg ik opnieuw een telefoontje van een juriste van het Schadefonds die aangaf dat men meer informatie nodig had om mijn aanvraag te behandelen en dat dit vooral van doen had met de vraag of er wel ‘bovenmatig geweld’ had plaatsgevonden tijdens mijn vroege jeugd. Ik was verbijsterd. We weten immers al veel over de vaak bedenkelijke toedracht van afstand (ter adoptie), het scheiden van moeders en kinderen bij de geboorte en de omstandigheden waaronder kinderen hun eerste levensmaanden- of zelfs jaren in een instelling hadden doorgebracht. Daarbij kwamen de vele meters studie die ik vanaf 2014 over de Nederlandse adoptiegeschiedenis had gemaakt en de resultaten die ik onder andere in mijn boek Zwartboek adoptie (ISBN: 978-94-91535-833 ) heb verwerkt. Tel daar de vele wetenschappelijke inzichten over de effecten van stress op het brein van ongeboren kinderen en baby’s en kinderen bij op, én het feit dat minister Sander Dekker een landelijk onderzoek instelde naar een ‘zwarte bladzijde van de Nederlandse geschiedenis’, en het zal niemand verbazen dat mijn rapen overgaar waren.

Blinde vlek
In de week voor kerst 2021 kreeg ik opnieuw een telefoontje met het verzoek om een afspraak voor een ‘nadere toelichting’ op mijn aanvraag. Dat was noodzakelijk om mijn aanvraag inhoudelijk te kunnen beoordelen.
‘Laten we het maar meteen morgen doen’, antwoordde ik. Want ik wilde er onderhand een keer van af zijn. Over die ‘nadere toelichting’ heb ik daags erna in totaal 2 uur aan de telefoon gezeten met iemand die ik niet kende en die ik niet kon zien. Zij mij ook niet. Je kunt je voorstellen dat het voor zowel de aanvrager als de behandelaar erg ingewikkeld is als blijkt dat er geen zicht is op de context van binnenlandse adoptie, dat wil zeggen als deze ten grondslag ligt aan bovenmatig geweld. De meeste mensen associëren adoptie met roze wolken, geredde zieltjes en ultiem gezinsgeluk. 
Omdat ik werkelijk niet wist dat er een blinde vlek bij de beoordeling van mijn aanvraag bij de beoordelend jurist was, verliep het gesprek moeizaam en pijnlijk. Want hoe moet je, hoe kun je bewijzen dat jou als baby geweld is aangedaan en dat dit in het pleeggezin ook aan de orde is geweest. En dat het (in mijn geval) een uiterst subtiele en onbedoelde en tegelijkertijd rake vorm van (psychisch) geweld is geweest. Daar kon ik mijn toenmalige aspirant- en dus nog pleegouders moeilijk voor verantwoordelijk stellen. Hen was een zeer onvolledige en subjectieve weergave over de toedracht van de afstand door mijn moeder gegeven. Over mijn vader was helemaal niet gerept. Ik was het kind van ‘nieuwe ouders’ geworden, ook al was er nog geen adoptie aangevraagd. Die procedure kon nog niet worden ingezet omdat mijn moeder nog minderjarig was. In die tijd was er geen toezicht op- en begeleiding van aspirant-adoptiegezinnen. Dus wat kon ik mijn pleegouders voor de voeten werpen? Kortom, ik had tijdens het gesprek van veel dingen last, om te beginnen van loyaliteitsconflicten op verschillende lagen.

Aanpassen
Voor heel wat (binnenlands) geadopteerden is er een vaardigheid waarin zij uitblinken en dat is zich aanpassen aan de omgeving, de omstandigheden en de verwachtingen die aan hen worden gesteld. Kwestie van overleven. 
Als je een gesprek met iemand voert die de materie en essentie van je achtergrond als gewezen afstandskind en binnenlands geadopteerde niet snapt, ontstaat er direct een impasse. Want in plaats van aan te geven dat het niet klopt wat de ander zegt, gaat de knop om en treedt de aanpassingsmodule in werking. Met als gevolg dat je je steeds ellendiger en kleiner voelt worden en vooral hulpeloos en onmachtig. En waar kennen we dat gevoel van? Juist, van toen, van heel lang geleden. Het is vaak niet alleen een emotionele maar ook lichamelijke sensatie. En uiteindelijk sta je, als je niet oppast, aan het einde van de rit met lege handen. Ondanks de emoties die me parten speelden tijdens het gesprek, is het me gelukt om een aantal verstandige vragen te stellen en ook om mezelf ruimte te geven. Zo kwamen we overeen dat ik een paar dagen voorafgaande aan de definitieve beoordeling nog gelegenheid had om aanvullende informatie aan te leveren ter ondersteuning van mijn zaak. Of dat handig was, waag ik achteraf te betwijfelen, want ik heb nachtenlang liggen piekeren wat ik nog niet had gezegd en of ik iets was vergeten. Stel dat ik een afwijzing zou krijgen en ik bedacht me daarna dat… Enfin, geen pretje dus. In die dagen heb ik nog twee berichten nagezonden: een mailtje over mijn naamswijziging als kindje van 1 jaar oud en nog een mail met een afbeelding van mij als 10-maanden oude baby in Moederheil als bewijs van mijn verblijf.

Erkenning
Op 23 december 2021 kreeg ik een mail waarin stond dat mijn aanvraag toegekend was en dat ik nog een brief met een uiteenzetting zou krijgen. Die kwam prompt de volgende dag met de post. Zo kon ik lezen dat alles wat ik als bovenmatig geweld heb aangevoerd in mijn leven vanaf de geboorte, het verblijf in Moederheil tot en met het verblijf in het pleeggezin, als zodanig onder erkenning valt.

Tot slot
De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven gaat intern een aantal relevante documenten en reportages verzamelen en ter beschikking stellen aan medewerkers. Zo kunnen zij zich beter voorbereiden op de context waarbinnen gewezen afstandskinderen en binnenlandse geadopteerden een aanvraag indienen.

Mijn verslag van het gesprek bij het meldpunt van de cie-De Winter (voorjaar 2019) is opgevraagd door een medewerker van het Schadefonds. Ik heb het gelezen en het was onvolledig en (daardoor) suggestief. Er is geen informed consent geweest rondom deze getuigenis. Er is mij gezegd dat ik het verslag niet meer kan laten aanpassen. Dat zou komen doordat deze commissie is opgeheven. Waar de verslagen liggen opgeslagen wordt nog nagevraagd.

Een gedachte over “Column: ‘Als Ze Me Maar Geloven’

  1. Na een zeer lange persoonlijke aarzeling over de haalbaarheid van een aanvraag bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven heb ik toch maar de stoute schoenen aangetrokken en moed verzameld om de aanvraag in te dienen.
    Ik ben erg benieuwd of mijn aanvraag zal worden geaccepteerd, maar niet geschoten is altijd mis. Dus ik kan het iedereen aanraden die slachtoffer is geworden van institutioneel geweld ten tijde van hun verblijf in Moederheil. Nee heb je en ja kan je krijgen.

    Lucas

Geef een antwoord