Brief ViZ DNA
Aan de Vaste Kamercommissie Justitie en Veiligheid

Reactie Stichting DNA / Stichting VIZ

27 september 2021

Op 8 juli 2021 hebt u het rapport Vertrouwen is Mensenwerk van de Commissie van onafhankelijke deskundigen inzake het onderzoek naar binnenlandse afstand en adoptie tussen 1956 en 1984, onder voorzitterschap van prof. dr. C. Finkenauer, ontvangen (verder Commissie genoemd).

Vandaag hebben wij als belangenbehartigers vanaf het begin van dit onderzoek nauw betrokken, een gesprek met demissionair minister Sander Dekker gehad. Die ‘wij’ zijn de belangenbehartigers van de Nederlandse afstandsmoeders, Stichting DNA, en de Nederlandse afgestanen en binnenlands geadopteerden, sinds kort verenigd in Stichting Verleden in Zicht, in het rapport genoemd BAG en aanjagers van de Kamervragen (2020Z07456).

In dit gesprek hebben wij ons standpunt toegelicht. Kort samengevat is ons standpunt dat wij geen vertrouwen meer in het onderzoek hebben en demissionair minister Dekker gevraagd hebben ons standpunt te ondersteunen, namelijk met ons te kiezen voor optie 5.2.5 “Het nieuwe begin scenario: stoppen en opnieuw beginnen”.

Hoe wij tot dit standpunt gekomen zijn, lichten wij graag toe.

Na intensieve gesprekken te hebben gevoerd met beide leden van de Commissie voelen wij ons gehoord. Hoe anders is dat geweest in de afgelopen jaren in de voorbereiding en de uitvoering van onderzoek naar afstand en adoptie. In het navolgende nemen wij u mee in de procesgang.

Tijdens de voorbereiding zijn veel van onze opmerkingen/aanwijzingen niet of onvoldoende meegenomen. We geven twee voorbeelden.

  • Door diverse belangenbehartigers is tijdens de voorbereiding, voorafgaand aan de start van het onderzoek met regelmaat gewezen op het belang van de privacy en het belang van de mogelijkheid om de verslagen terug te lezen en te corrigeren. Hierop werd door de vertegenwoordigers van het Ministerie van Justitie en Veiligheid verder te noemen MJV als volgt op gereageerd.

(Medewerker van MJV) ‘… merkt op dat er ook sprake mag zijn van vertrouwen dat het departement het meldpunt kwalitatief en organisatorisch goed inricht. Dit vertrouwen lijkt nu soms te ontbreken.’ Hij vond de toon van het commentaar op sommige punten niet prettig….1

Belangenbehartigers hebben tijdens de voorbereiding van het onderzoek met regelmaat gewezen op het grote belang van onafhankelijk en integer onderzoek2 waarbij het van het grootste belang is dat alle uitvoerders neutraal/onpartijdig zijn en geen onderdeel zijn van de ongelijkwaardige adoptiedriehoek, te weten adoptieouder, geadopteerde en afstandsmoeder. Dit om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen.

1 Verslag overleg 21 mei 2019 werkgroep Nederlandse afstand en adoptie 1956-1984 
2 Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit 2018, pagina 13

  • Uit de offerte van het Verwey Jonker3 Instituut bleek dat een van de twee hoofdonderzoekers van het Verwey Jonker Instituut een adoptievader is, dus onderdeel van de adoptiedriehoek.
  • Na de start van het onderzoek bleek dat een groot deel van de (externe) medewerkers van het aanmeldcentrum geadopteerden betrof.

Steeds weer hebben wij deze zorgen gemeld bij de Minister van Rechtsbescherming, het Projectteam Afstand en Adoptie, de directeur van het WODC en hen gewezen op hun verantwoordelijkheid, en de gevolgen die dit onzorgvuldig handelen heeft voor onze achterban. Het leek geen effect te hebben, men denderde door. Al onze adviezen ten spijt.

Omdat er niet naar ons geluisterd werd voelden we ons genoodzaakt Vera Bergkamp, destijds Kamerlid D66, te benaderen, die vervolgens naar aanleiding van onze zorgen Kamervragen heeft gesteld (2020Z07456)) op 24 april 2020.

Op 5 juni 2020 heeft Minister Dekker deze Kamervragen beantwoord (2020D22306) en als gevolg hiervan heeft een Kamerdebat plaatsgevonden op 2 juli 2020 waarna de Kamerbreed gedragen motie Bergkamp, werd aangenomen waarin Minister Dekker verzocht werd om op korte termijn een deskundige van statuur te verzoeken te reflecteren op de aanpak van het onderzoek tot nu toe. De door Minister Dekker geïnterpreteerde uitvoering van deze motie ligt inmiddels voor u in het rapport van de Commissie.

Mede dankzij de inzet van verschillende leden van de Tweede Kamer ligt er nu een rapport dat ons steunt in onze bevindingen. Dit rapport benoemt de misstanden die wij constateerden voorafgaand aan en tijdens het onderzoek, maar waarin we niet gehoord werden.

De commissie reflecteert in haar rapport over de inrichting en het functioneren van het Aanmeldpunt en doet aanbevelingen omtrent de inrichting en uitvoering van de verificatie-en correctieprocedure (VCP) en de onderlinge samenwerking.

De zorgen zoals geuit door de Commissie en de Auditdienst Rijk (ADR)4 zijn niet mis te verstaan, zoals blijkt uit opmerkingen/bevindingen in onder andere paragraaf 4.2 en 4.3 (p. 22 t/m 25 rapport Commissie):

  • Doelbinding voor het bewaren van de aanmeldverslagen als erfgoed is nog steeds onduidelijk.
  • De bewaartermijn is onvoldoende gespecificeerd.
  • Er is onduidelijkheid over de procedure voor het vernietigen van verslagen.
  • Het is onduidelijk welke risico’s er zijn bij de uitvoering van de VCP bij het Ministerie, Fiomen het VJI.
  • Er is tot heden onduidelijkheid welke verslagen waar zijn opgeslagen.
  • Er blijft risico dat deze bijzondere persoonsgegevens (weer) onvoldoende beschermd zijn.
  • Het is nog steeds onduidelijk hoe de samenwerking is georganiseerd tussen Ministerie, FIOM en VJI.

3 Analyse offerte onderzoek Verwey-Jonker Instituut
4 Onderzoeksrapport verificatie- en correctieprocedure Aanmeldpunt Binnenlandse afstand en adoptie van Auditdienst Rijk, 22 maart 2021

De ADR stelt vast dat de Verificatie en Correctie Procedure (verder VCP) een complex proces is (p.19) en dat de risico’s op fouten rondom de uitvoering en implementatie van de VCP thans onacceptabel groot zijn.

De commissie stelt in paragraaf 5.1.2, pagina 28, dat de gebeurtenissen rondom het Aanmeldpunt en bij de inrichting van de VCP paralellen vertoont met hoe de overheid in het verleden, periode 1956 t/m 1984 is omgegaan met afstandsmoeders en hun kinderen. Ook nu is er voor belangenbehartigers sprake van een afhankelijkheidsrelatie met een machtige overheid die fouten maakt en daarover niet helder en transparant communiceert terwijl die overheid wederom lijkt te proberen om de fouten te bagatelliseren of te verhullen.

Daarbij is ook relevant dat het MJV en FIOM, organisator en uitvoerende instantie bij het Aanmeldpunt voor het onderzoek afstand en adoptie, zijn dezelfde instanties die in de periode 1956 t/m 1984 ook intensief betrokken waren bij afstand en adopties.

Een van de aanmelders verwoordde het als volgt:

“In 1969 eigende de staat zich mijn zoon toe, nu eigent de staat zich mijn verhaal toe.”

Hoe nauw het luistert bij herstel van vertrouwen heeft de commissie goed beschreven in hoofdstuk 6 en 7. De commissie stelt dat het MJV sensitiviteit ontbeert over het feit dat het onderwerp ‘binnenlandse afstand en adoptie’ beladen is met (onverwerkte) emoties en pijn (pag. 34 tweede alinea).

Nu de procedure zeer complex is, het risico op fouten en gevaar voor hertraumatisering onverantwoord groot is, terwijl er geen duidelijke regie is bij de hele uitvoering van het VCP is voor ons maar één scenario denkbaar en dat is 5.2.5 “Het nieuwe begin scenario: stoppen en opnieuw beginnen”.

Wij hebben, direct toen de VCP-procedure in beeld kwam, bij het projectteam aangegeven dat wij, gezien de complexiteit van deze procedure, het beschadigde vertrouwen en de kwetsbare groep, grote zorgen hadden over de effectiviteit en herstel van vertrouwen. Het projectteam ging, ondanks onze adviezen, gestaag door met de beschrijving van het proces van de VCP zonder dat er voldoende rekening werd gehouden met de positie van de aanmelders. Of zoals wij het lezen: de administratie moet kloppen ongeacht de impact van de procedure voor de betrokkenen.

Ondersteund door het ADR rapport, het commissierapport, onze ervaringen in de aanloop naar het onderzoek en onze ervaringen tijdens de uitvoering van het onderzoek hebben wij geen vertrouwen meer in de toekomst van dit onderzoek en in de VCP-procedure.

Wij vinden dat er een nieuw onderzoek moet komen in de vorm van een participatief onderzoek, een parlementair onderzoek of een parlementaire enquête. Enkel uitvoerig onderzoek doet recht aan de geschiedenis van binnenlandse afstand en adoptie om daarmee tegemoet te komen aan de wensen van de grote groep belanghebbenden.

De groep belanghebbenden, omvat gedurende de periode van 1956-1984 bij benadering: 
28.000 kinderen
25.000 afstandsmoeders
25.000 afstandsvaders
50.000 ouders van de afstandsmoeders
50.000 ouders van de afstandsvaders
100.000 broers en zussen van de afstandsouders.
Deze som leert dus dat alleen al het aantal direct betrokkenen tegen de 300.000 loopt.

Daarbij kan nog opgeteld worden de adoptieouders en hun familie, minimaal 100.000 mensen. Naast families waren ook diverse hulpverleners betrokken. Per afstandsmoeder hebben we het hier minimaal over 1 persoon bij de bevalling, 1 kinderverzorger, 1 maatschappelijk werker, 1 medewerker van de Raad van de Kinderbescherming, 1 persoon van de Voogdijraad en 1 jurist; 100.000 professionals

Dit betekent dat, bij een voorzichtige schatting, zo’n 500.000 mensen direct betrokken zijn geweest bij afstand en adoptie in de periode waar het onderzoek over gaat. Het is hiermee dus een gemeenschappelijke geschiedenis, van u en van ons.

De Minister heeft vandaag toegezegd dat hij ernaar streeft om over 4 à 5 weken een besluit te nemen wat er moet gebeuren met het onderzoek. Daarna gaan we weer om de tafel gaan zitten.

Wij vragen u, als leden van de Vaste Kamercommissie Justitie en Veiligheid om gezamenlijk met ons te kiezen voor scenario 5.2.5 Het nieuwe begin scenario: stoppen en opnieuw beginnen met inachtneming van de aanbevelingen van de Commissie.

Alleen met een onderzoek dat recht doet aan deze zwarte bladzijde van onze gezamenlijke geschiedenis kunnen we de, veelal kwetsbare en (te) vaak zwijgende groep betrokkenen een stem geven.

Namens Stichting De Nederlandse Afstandsmoeder, voor afstandsmoeders

Marjet Rademaker
Will van Sebille

Namens Stichting Verleden in Zicht, voor Nederlandse afstandskinderen en binnenlands geadopteerden

Carine Dorgelo
Georgia Gradenwitz-Kemp
Barbalique Peters
Ronald Notenboom

Leave a Reply