Categorie: 2022 Pagina 3 van 8

De Archieven

Het archief van Moederheil en Valkenhorst

Het is voor mij lang een raadsel geweest wat er met het archief van Moederheil is gebeurd. Het Onderzoek Binnenlandse Afstand en Adoptie dat werd uitgevoerd door het Verweij-Jonker Instituut werd stopgezet door voormalig minister Sander Dekker na hevige protesten over de talloze ernstige privacygevoelige fouten, heeft niettemin enige helderheid gebracht over het hoe, wat, wie en waar.

Nadat het onderzoek was gestopt heeft het Verwey-Jonker Instituut de onderzoeksgegevens gepubliceerd in de vorm van zogenaamde Working Papers, met daarin de rauwe onvoltooide onderzoeksresultaten. Ondanks het feit dat dit onderzoek niet is voltooid bracht dit een aantal interessante wetenswaardigheden aan het licht.

Het is allereerst belangrijk om te weten dat er niet één, maar meerdere archieven zijn van Moederheil en Valkenhorst. Om te weten welke dat zijn is het belangrijk om terug te kijken in de geschiedenis.

  • Begonnen als R.K. Stichting Magdalena. (1915-1921)
  • R.K. Stichting Moederheil. (1921-1972)
    Vanaf 1962 werd Moederheil niet meer gerund door nonnen, maar door niet-geestelijken, de zgn. leken en kreeg het beleid in plaats van een praktische, een meer professionele aanpak.
  • Verder is het van belang om te weten dat de Magdalena-stichting evenals Moederheil een instelling was die onder het bestuur stond van de katholieke kerk en werd gerund door de Kleine Zusters van de Heilige Joseph.
  • Valkenhorst (1972-1995)
    In 1972 ging Moederheil verder onder de naam Valkenhorst. In eerste instantie was Valkenhorst nog een verlengstuk van Moederheil in de zin van doorgangshuis, maar dit veranderde in het bieden van een veilig onderdak aan moeders en kinderen als opvanghuis.
  • Door die laatste rol als jeugdhulpverleningsinstantie kwam Valkenhorst uiteindelijk onder de hoede van de Stichting Juzt. Stichting Juzt is recentelijk failliet gegaan. Voor zover bekend zijn de archieven van Juzt overgegaan naar de Stichting Erfgoed Juzt.
  • Tot slot is er de Fiom dat de afstandsdossiers beheert.

Archief Stichting Magdalena

Ik heb op dit moment nog geen concrete informatie over het archief van de Magdalenastichting. Maar aangezien de instelling destijds werd gerund door de Kleine Zusters van de Heilige Joseph, mag ik aannemen dat dit archief, als het überhaupt nog bestaat, in Heerlen zal liggen. Aangezien dit valt onder de Roomskatholieke Kerk, zal een eventuele inzage, als dit al kan, moeten worden aangevraagd via de kerkelijke instanties.

Archief Moederheil

Afstandsdossiers

Formeel gesproken zijn de afstandsdossiers eigendom van de afstandsmoeders en in beheer bij de FIOM. Inzage is, in principe, alleen mogelijk voor personen die in het dossier worden genoemd. Tevens is toestemming vereist van de afstandsmoeder. Indien zij geen toestemming geeft dan wordt alle informatie die op haar betrekking heeft, onleesbaar gemaakt.

Administratie zusters

De reguliere administratie van de Kleine Zusters van de Heilige Joseph valt onder het kerkelijk bestuur en zal in de kerkelijke archieven liggen, wellicht in Heerlen. Ik zeg bewust zal, aangezien mij geen openbaar overzicht bekend is van wat er in het archief van de nonnen aanwezig is. Zoals eerder aangegeven zal inzage moeten worden aangevraagd via de kerkelijk kanalen.

Administratie overig

In het verslag van het Verwey-Jonker Instituut over het archief van Moederheil en Valkenhorst is hierover het volgende te lezen:

De bronnen in het archief van Moederheil 1956-1972

De archiefstukken van Moederheil werden bij aanvang van het onderzoek beheerd door Stichting Juzt. Ze waren op twee plaatsen te vinden:

Oasis Group
Bij de Oasis Group (een archiefbewaarder) in Utrecht: algemeen archief van instelling Moederheil, toegankelijk via een plaatsingslijst opgesteld door Fiom (circa 12 dozen)

Breda Werkt (voorheen ATEA-groep)
Bij Breda Werkt in Breda: dossiers Moederheil en Valkenhorst en instellingsarchief van Valkenhorst, toegankelijk via c.q. plaatsingslijst en dossiernummers.

Stichting Juzt gaf de onderzoekers toestemming om de archiefstukken te raadplegen. Raadpleging vond plaats bij de Oasisgroep in de loop van 2019. Daarna gooide Covid-19 roet in het eten én hield Stichting Juzt op te bestaan. In de zomer van 2020 heeft Fiom in samenwerking met Juzt, het Verwey-Jonker Instituut en de gemeente Breda ervoor gezorgd dat de stukken van Moederheil bewaard konden blijven. Daarbij werden de archieven opnieuw geordend, kregen ze deels een ander onderkomen, en werden de stukken opnieuw genummerd. In deze periode zijn de stukken als volgt herverdeeld:

– de stukken die directe relatie hadden tot personen en dossiers worden nu beheerd door Fiom
– de stukken die bij het algemene archief van instelling Moederheil en instelling Valkenhorst horen (19 dozen) worden nu beheerd door Stichting Erfgoed Juzt.

In dit verslag staan de bevindingen in het algemene archief en van onze bevindingen in een steekproef van 34 dossiers. In dit verslag zijn wat betreft het algemeen archief van de instelling Moederheil de nummers van de oude plaatsingslijsten gehanteerd.

Het algemeen archief van Moederheil bevat circa 8 meter stukken van diverse aard en naar schatting circa 50 meter aan cliëntendossiers. De stukken bieden informatie over het tehuis, ontwikkelingen in de doelstellingen van de ongehuwde moederzorg en in de hulpverlening door de tijd heen. Ook bieden de stukken in het archief informatie over de cliënten (moeders en kinderen) en de praktijken van afstand, behoud en eventuele plaatsing in (adoptief) pleeggezinnen. In de stukken zijn de jaren vijftig, zestig en begin zeventig goed vertegenwoordigd – Er ligt geen nadruk op een bepaalde periode in het archief. Omdat het archief van Moederheil als tehuisarchief is gevormd bestrijkt het per definitie een deel van wat er in het verleden gebeurd is. De bronnen in het archief van Moederheil zeggen meer over afstand dan over adoptie.

Het algemene instellingsarchief

Het instellingsarchief archief bestaat uit circa 16 verhuisdozen (8 meter). Daarnaast zijn er veel dossiers bewaard die verband houden met de vrouwen en kinderen die in Moederheil verbleven. Het archief van Moederheil heeft over de hele onderzoeksperiode veel en rijk materiaal te bieden. Het bestudeerde materiaal van het instellingsarchief beslaat de periode 1943-1971. We hebben vanaf de beginperiode gezocht naar relevante bronnen; dit om ook eventuele signalen van de aanloop naar de Adoptiewet op het spoor te komen. De Adoptiewet werd eind 1956 van kracht en het was de vraag of we daar stukken over zouden aantreffen in het instellingsarchief. Dat bleek niet het geval.

De stukken uit het algemeen archief bieden informatie over de inrichting van het gebouw, het bestuur, de nonnen en de professionals die er werkten en de bezettingsgraad in de vroege periode.

Voor het onderzoek zijn uit het algemene archief van Moederheil de volgende seriële bronnen geraadpleegd – hieronder in chronologische volgorde van opkomst gerangschikt:
– opnameregisters van kinderen (1940-1959);
– zogeheten patiëntenboeken of personenregisters met gegevens over ongehuwde moeders (1950-1958, twee folioschriften met harde kaft));
– statistieken voor de jaarverslagen van de instelling/organisatie (1948-1958);
– de jaarverslagen zelf (1952-1955, 1958-1970);
– ontslagboeken met gegevens over de vertrekken uit de gynaecologische kliniek met gegevens van ongehuwde en gehuwde moeders (1957-1961);
– kasboeken (1959-1963 en 1967-1973);
– notulen van wekelijkse stafbesprekingen (1959-1962); en
– geboorteaangiftes van kinderen die in Moederheil geboren zijn (1969-1971).

5 Er was geen tijd binnen het onderzoek om de nieuwe nummers te verwerken.

Voorbeelden van meer incidentele, relevante stukken uit het algemeen archief zijn:
– aanvragen voor pleegkinderen gericht aan Moederheil (1943);
– een overzicht van de personeelsbezetting in het doorgangs- en kinderhuis (1964);
– een bestellijst van medicijnen (vermoedelijk uit 1964);
– een visiedocument betreffende een nieuwe opzet van ongehuwde moederzorg (1959-1960);
– stukken over kostprijsberekening;
– en documenten in verband met plannen voor verbouwingen en dergelijke.

Steekproef uit de cliëntendossiers

Daarnaast hebben wij een kleine, beredeneerde, maar qua achtergrond aselecte steekproef onderzocht van 34 cliëntendossiers uit onze onderzoeksperiode. Ze bevatten vaak persoonsgegevens van de moeder en het kind: zoals bijvoorbeeld een geboortebewijs, een aanvraagformulier met het familie adres en de contactpersoon van de moeder, plus de reden voor opname en vertrekstaten, en gegevens over de ontwikkeling van het kind. Verder bevatten de dossiers correspondentie met allerlei partijen die over de aanmelding van de moeder en over de toekomst van het kind gingen. In de dossiers is bijvoorbeeld correspondentie met ouders, huisartsen, Rooms Katholieke verenigingen voor Kinderbescherming en diverse Raden voor de Kinderbescherming. Ook is er in de dossiers correspondentie tussen de directie van het tehuis en bureaus voor ongehuwde moederzorg en correspondentie met de Gemeentelijke Dienst voor Sociale zaken (GDSZ) over verpleegkosten. De dossiers bevatten medische gegevens over de zwangerschap en de bevalling. In de dossiers van Moederheil hebben we ook psychologische rapporten gevonden, van zowel moeder als kind, en in de periode van de zusters, persoonlijke briefjes van moeders na hun vertrek. Ook is er correspondentie tussen tehuizen onderling als moeder en/of kind naar een ander tehuis gingen of van een ander tehuis kwamen. In de dossiers van Moederheil vinden we in de loop van de jaren zestig af en toe verwijzingen naar zogeheten afstandsverklaringen. Het zijn verklaringen die volgens de schaarse toelichtingen in de dossiers formeel geen rechtswaarde hadden, maar waarvan de Regionale Raad voor de Kinderbescherming destijds aan Moederheil vroeg of het tehuis die wilde laten tekenen door de moeder in kwestie. Hiermee verklaarde de moeder ‘zich te willen laten ontheffen uit de ouderlijke macht’. (Zie verder hoofdstuk 5; voor regels en toezicht zie verder Van der Klein en Bultman, 2022).

Het archief van Moederheil bevat in de periode van 1956-1972 ongeveer 2500 cliëntendossiers in totaal.6 Inmiddels zijn de dossiers verhuisd naar Fiom en zijn Fiom-medewerkers druk doende om de collectie in kaart te brengen zodat ze beschikbaar gesteld kunnen worden aan de moeders en kinderen wiens dossiers het zijn. Voor onze steekproef hebben wij in totaal 34 dossiers ingezien, waarin de nadruk ligt op de moeder, maar waarin ook gegevens over het kind en de bevalling staan:

– 14 dossiers uit 1957-1962.
– 20 dossiers uit 1963-1972.

6 Informatie over het totale aantal clïëntendossiers in verband van Moederheil is via Fiom verkregen.

De 34 dossiers vormen 1,4% en daarmee slechts een fractie van het totaal. De steekproef is bedoeld om een beeld te krijgen van de cliëntgroepen die tussen 1956 en 1972 Moederheil binnenkwamen, de hulpverlening in het tehuis, en de aard van begeleiding en sturing bij afstand en behoud. Ook hebben we – in het algemeen archief en de dossiers – gezocht naar procedures, protocollen en ontwikkelingen in het instellingsbeleid die bij het besluit over afstand of behoud in Moederheil een rol speelden. Uit de dossiers en andere bronnen in het archief van Moederheil blijkt dat er diverse scenario’s mogelijk waren na een verblijf in Moederheil.”

Bron citaat: Verslag van het archiefonderzoek bij Moederheil, Breda 1956-1972 – VJI 2022

Image by Freepik

Adoptie-verdriet

Goed gesprek

Gerrie Douma in gesprek over de geestelijke gezondheidszorg

Gerrie’s éénentwintigste gesprek is met Eugenie Smits van de Waesberghe. Eugenie studeerde pedagogiek en rechten en is expert op het gebied van de Nederlandse adoptiegeschiedenis. Zij maakt zich sterk voor ouders die hun kinderen onder druk af hebben moeten staan en voor deze kinderen, die zonder biologische ouders op moesten groeien. Zij deed hier onderzoek naar en schreef er een aantal boeken over.

Haar laatste boek heet: “Zwartboek adoptie.” Ook werkte zij onlangs mee aan het theaterstuk: “Moederskind” en de documentaire: “Het geheim van moederheil.”

Goed gesprek is een podcast van Gerrie Douma, klinisch psycholoog. Zij gaat in gesprek met mensen die iets te vertellen hebben over mentale veerkracht en zingeving.

Fiom, vervolg

Aanvullend op mijn eerdere bericht heeft de betrokken manager bij Fiom boter bij de vis gedaan en de hulpverleners geïnstrueerd over hoe te handelen indien men geen prijs stelt op meelezen en adviseren door Fiom. In aanvulling daarop heeft zij aangegeven dat zij graag feedback ontvangt en er over wil brainstormen met betrokkenen.

Ik heb daar heel concrete ideeën en gedachten over en wil me daar graag voor aanmelden. Ik zie dit als een positieve ontwikkeling. Maar men heeft nog een lange weg te gaan.

Waar gaat het om?

Fiom heeft een gigantisch vertrouwens– en reputatieprobleem binnen de afstand- en adoptiewereld. Zowel landelijk als interlandelijk. Dat blijkt onder meer uit de reacties die ik ontving op mijn eerdere bericht en geboden oplossing door Fiom. Ondanks mijn positieve beschrijving over de manier waarop dit is afgehandeld reageerde mijn achterban uitsluitend negatief. Ik denk dat we allemaal, hopelijk inclusief Fiom, wel weten wat daar de oorzaak van is.
Wat zegt dit? Ik denk heel veel. Ik denk zelfs zodanig veel dat dit bovenaan het prioriteitenlijstje van de directie van Fiom zou moeten staan. Want waar gaat dit over? Het gaat over mensen die voor de rest van hun leven psychisch ernstig beschadigd zijn door wat hen is overkomen. De trauma’s die hier het gevolg van zijn en waar zij al hun leven lang mee kampen, daar speelde Fiom een cruciale rol in. Dat veeg je niet van tafel door alleen je interne beleid aan te passen en je oude personeel te vervangen door een nieuwe generatie goedbedoelende en gemotiveerde hulpverleners. Daar is meer voor nodig.

Erkenningstafels

Kort geleden was ik betrokken bij de Erkenningstafels en werd mij gevraagd wat ik vond van het idee dat de Fiom verantwoordelijk zou worden voor het Expertisecentrum voor Binnenlandse Afstand en Adoptie, dit omdat er heel veel kennis zit bij de Fiom. Ik gaf hierop de volgende reactie:

In de Tweede Wereldoorlog werden miljoenen mensen tewerkgesteld en gedood in de concentratiekampen. De kampen werden geleid door de zgn. Kapo’s. Zij hielden toezicht op de gevangenen en wisten precies wat er onder hen speelde. Ze speelden een belangrijke rol in de efficiency van de Duitse oorlogsmachine en droegen actief bij aan het leed van de gevangenen. 

Het gaat misschien wat ver, maar ik maak de vergelijking tussen de Kapo’s en de Fiom. Ik vertelde dat dit voor mij voelt alsof de Kapo’s na de oorlog wordt gevraagd om de slachtoffers van de concentratiekampen te ondersteunen bij de verwerking van hun leed, vanwege hun expertise. Zoals de Kapo’s hielpen bij het onderdrukken van de gevangenen, zo hielp de Fiom actief mee bij het scheiden van moeder en kind.

Lucas Verberne

Mijn bovenstaande reactie is overigens niet meegenomen in de eindrapportage dat aan de minister werd aangeboden. Misschien niet verwonderlijk.

Het heeft zware trauma’s achtergelaten bij de betrokkenen. Het is dan ook voor de betrokkenen meer dan wrang dat een organisatie die actief meehielp aan dit wrede beleid, nu als specialist wordt ingeschakeld, vanwege de aanwezige expertise. Of het nou gaat om binnenlandse afstand en adopties of interlandelijk. Het blijft hoe dan ook onverteerbaar.

In essentie

Wat wil ik hiermee zeggen? Dat het wrang is voor afstandskinderen en -ouders om zich te moeten wenden tot de Fiom in de wetenschap dat hun verleden onlosmakelijk is verbonden en hun trauma deels te danken is aan de Fiom. Wat maakt het wrang? Omdat Fiom door de overheid als enige is gemachtigd om dat te doen waar ze specialist in zijn. De dader van toen wordt vertrouwensorganisatie van het leed wat zij zelf mede heeft veroorzaakt. En daarnaast omdat ze als enige partij in dit land over de afstandsdossiers beschikken. Met andere woorden, voor de afstandsouders en -kinderen is er geen, minder pijnlijk, alternatief. 

Plan van aanpak

Terugkomend op de vraag van Fiom, wat kan de Fiom verbeteren? Als de Fiom het vertrouwen wil van de afstandsouders en -kinderen, dan begint dit bij het openlijk erkennen van de eigen foute rol in deze. En daarvoor zeer diep door het stof durven gaan. En daarbij een diepe bewustwording te ontwikkelen binnen de organisatie van wat het betekent als je onder druk bent afgestaan, zoals ik op de pagina Beeldvorming heb beschreven. Zonder dit alles zijn een hersteld vertrouwen en geloofwaardigheid voor Fiom en de andere betrokken partijen een utopie. 

Of dit vertrouwen ooit hersteld zal worden, dat hangt volledig van Fiom en de andere betrokken partijen (RvdK, overheid en kerk) af. Zolang men zich blijft verschuilen achter de tijdsgeest en op die manier haar eigen verantwoordelijkheid ontloopt, zal er nooit sprake zijn van vertrouwen. Ik kan in ieder geval de (Fiom)lezers van dit stuk adviseren om vooral ook de links in dit artikel te bekijken. Dit om een idee te krijgen van waar nou precies de schoen wringt.

Wat ik vooral positief vind is de voortvarendheid waarmee men dit heeft opgepakt binnen Fiom. Ik hoop dan ook dat mijn bovenstaande feedback net zo ter harte wordt genomen. Zoals gezegd heb ik daar concrete ideeën over die ik graag met de Fiom wil delen. 

Lucas

Verslag Tehuis Annette – VJI

Working Paper

Verslag Ons Tehuis – VJI

Working Paper

Verslag Toezichthouders – VJI

Working Paper

Verslag Krantenonderzoek – VJI

Working paper

Grensoverschrijdende bemiddeling

Ik werd kortgeleden benaderd door iemand die de hulp in had geroepen van de Fiom bij het zoeken naar haar moeder, maar niet blij was met de afhandeling ervan. De Fiom heeft haar moeder opgespoord en stelde voor om haar moeder een brief/email te sturen voor het eerste contact. Zij akkoord, moeder akkoord. Tot zover alles goed.

Haar contactpersoon bij de Fiom gaf aan dat dit contact via de Fiom moet lopen en dat de Fiom inzage wil in de betreffende brief/email. Dit om eventuele “vijandigheden of haatopmerkingen” te voorkomen. Zij was hier erg over ontdaan en voelde zich zeer in haar privacy aangetast aangezien de Fiom als een soort van chaperonne zou gaan meelezen. 

Mijn standpunt in deze is dat dit een privé-zaak tussen moeder en dochter is en dat de Fiom hierin slechts een bemiddelende en geen chaperonnerende rol heeft. De wijze van contact tussen moeder en dochter, of dit nou van vriendelijke of verwijtende aard zal zijn, doet niet ter zake. Dat is privé. Daar komt bij dat het hier om twee volwassen mensen gaat die m.i. heel goed in staat zijn om hun vorm van communicatie zelf te kiezen, zonder hulp van de Fiom. 

Zij kreeg als reactie van haar contactpersoon bij de Fiom te horen dat dit de werkwijze van de Fiom is om vervelende situaties tussen beide partijen te voorkomen. “Op deze manier kan zorgvuldigheid worden geboden.  Bovendien is Fiom plichtig om deze werkwijze te hanteren vanuit het Ministerie van Justitie, omdat zij subsidie verstrekken aan Fiom onder deze voorwaarde. Op deze manier zijn wij als stichting betrouwbaar naar beide partijen en hebben wij ook toegang tot het BRP.” Aldus de contactpersoon. 

Hoewel mij dit feitelijk niet aangaat voelde ik mij geroepen om haar een helpende hand te bieden en ik bood aan om contact op te nemen met mijn kennis bij de Fiom. Ik vond dit een vorm van grensoverschrijdende bemiddeling en vooral onder het mom van zorgvuldigheid en betrouwbaarheid. Het gaf mij precies een tegenovergesteld gevoel.
Ik gaf aan dat deze vorm van betutteling anno 2022 echt niet meer kan en dat het het een behoorlijke inbreuk is op haar toch al gekwetste persoonlijkheid en privacy. Gezien de omstandigheden waar ze als gedwongen afstandskind in beland is, mede door de rol van Fiom van destijds, heeft ze m.i. toch wel enig recht om boos te zijn. Ook al is ze dat niet.

Mijn kennis bij de Fiom was het volledig met mij eens en besprak het met haar leidinggevende. Ook zij was het hier volledig mee eens. Haar reactie was duidelijk:

Ik kon haar vertellen dat ik het ronduit een niet passende en bevoogdende houding vind. Wij kunnen meelezen en adviseren, maar wanneer dit niet op prijs wordt gesteld door de zoeker, dan respecteren we dat en gaan we ons niet opdringen. Ik vind het werkelijk pijnlijk dat er de opvatting is dat wij gerechtigd zijn om zaken te kunnen corrigeren. 

Ik heb hier duidelijk werk te doen richting een aantal collega’s om deze overtuiging bij te stellen. Ik pak dit op en wil je mijn excuses aanbieden.

Leidinggevende Fiom

Wat dit mij zegt is dat de Fiom anno nu niet meer de Fiom is uit de vorige eeuw. Ik vind deze reactie positief en veelzeggend. Het stemt mij hoopvol. Dat neemt niet weg dat we er nog lang niet zijn.

Erkenning

Tot slot gaf ik aan aan mijn kennis dat, in het kader van erkenning, het gepast zou zijn als de directie van Fiom iets gaat zeggen, over de rol van Fiom in de vorige eeuw, in de nabije toekomst. En met name de impact daarvan.
Het gaat om bewustwording. Erkenning is inzicht hebben in de eigen fouten en de lessen die men ervan leert, zodat het nooit meer voorkomt in de toekomst. Erkenning is een bescheiden pleister op de open wond, maar betekent veel voor hen die onrecht is aangedaan. Hierover praten we binnenkort verder.

Verslag Moederheil – VJI

Working Paper

De Kleine Zusters van de Heilige Joseph

Alleen voor leden

Om deze pagina te kunnen zien moet je eerst zijn ingelogd. Deze pagina is uitsluitend toegankelijk voor leden. Om verder te gaan moet je je geregistreerd hebben voor deze website.

Nieuwe aanmelding?

Registreer je eenmalig op de pagina Registratie.

Al geregistreerd?

Als je je al eens eerder geregistreerd hebt log dan in via de pagina Inloggen.
Het is NIET MOGELIJK om in te loggen met Facebook- of inloggegevens van andere websites.
Let op! Als je driemaal foutief inlogt dan wordt je aanmelding tijdelijk geblokkeerd. Je kunt het dan een dag later opnieuw proberen. 

Verschil tussen Registreren en Inloggen

Wachtwoord vergeten?

Stel je wachtwoord opnieuw in.

Vragen?

Neem contact met me op.

Acceptatie voorwaarden

Door je te registreren, in te loggen op deze website of deze website te bezoeken accepteer je de voorwaarden gesteld in het protocol.

Pagina 3 van 8

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén

Translate >>