Categorie: Instituten Pagina 2 van 3

Babyroof vs. gedwongen afstand

Thema-avond Fiom

Het gesprek met Fiom is niet afgelast, maar uitgesteld. De belangrijkste reden hiervoor is dat men een online avond minder geschikt vindt om onze gevoelige vragen te beantwoorden. Gezien de reacties op Facebook ben ik dat met ze eens. Een bijeenkomst is m.i. een betere optie, omdat we dan face to face in gesprek kunnen met Fiom. Dit wordt nu intern besproken en men gaat de mogelijkheden ernaar onderzoeken. Aanstaande maandag hebben we een afspraak om verder met elkaar in gesprek te gaan over de wijze waarop we het gesprek het beste vorm kunnen geven. Dan zal ook gesproken worden over een nieuwe datum.

Ik ben het met Arun Dohle en jullie bezwaren eens. Het laat duidelijk zien dat er iets moet gebeuren, want zoals de verhoudingen nu liggen tussen afstandsouders, -kinderen en Fiom is onacceptabel. Wij kunnen niet om Fiom heen en Fiom heeft zich gewoon aan het beleid van het Ministerie te houden. Het is daarom dat ik al eerder heb aangegeven dat we met de verkeerde partij in gesprek zijn.


De overheid is tegelijkertijd overtreder en politieagent

Eigenlijk zouden de heren en dames, de top van het ministerie, die het huidige beleid bepalen voor de minister, persoonlijk hun motivatie voor dit beleid moeten komen toelichten en vooral uitleggen waarom men liever kiest voor het bieden van een training in suïcidepreventie aan interlandelijk geadopteerden (mopping up the mess) in plaats van individuele psychologische ondersteuning bieden zodanig dat men niet eens suïcide overweegt, want dàt is pas preventie. Maar ik zie deze hoge ambtenaren nog niet zo snel verschijnen, want de overheid is tegelijkertijd overtreder en politieagent. Maar ja, gedwongen afstand is niet illegaal, dat heeft de overheid zelf zo bepaald. Dus ze hebben de eigen wet niet overtreden. Komt dat even goed uit…

Het allerbeste zou zijn een parlementaire enquete m.b.t. gedwongen afstand en interlandelijke als binnenlandse adoptie. Dan kunnen deze dames en heren onder ede worden gehoord. Maar het heeft nogal wat voeten in aarde om de Tweede Kamer zover te krijgen. Ik hoop er op dat Pieter Omtzigt met zijn politieke partij (@NwSocContract) hier werk van wil/kan maken. Wat hierbij kan helpen is dat wij met Omtzigt hierover in gesprek gaan.

Ik vind het op zich al bizar dat afstand, adoptie en als ik mij niet vergis ook Jeugdzorg onder Rechtsbescherming (Justitie) valt in plaats van bijvoorbeeld Sociale Zaken. Dat geeft mij al aan dat er een raakvlak is met praktijken die niet in de haak zijn. Alleen al de naam Rechtsbescherming suggereert dat het recht beschermd wordt en Justitie suggereert gerechtigheid. Dit is precies wat ik hierbij mis, want is daar werkelijk sprake van voor ons betrokkenen? Ik constateer een contradictie in termen en vooral de hypocrisie van het geheel. Het een is exact het tegenovergestelde van het ander.


Babyroof vs. gedwongen afstand, het een is een misdaad en het ander legaal

Het feit dat Justitie zèlf een zeer belangrijke rol speelde en speelt in het faciliteren van het afstands- en adoptiecircus terwijl babyroof strafbaar is! De overheid is tegelijkertijd direct betrokken en bij machte om de wetgeving zodanig in te richten om zelf buiten schot te blijven en ons beperkingen op te leggen. Ik vind dit een beangstigend idee. Maar het is een feit.

Toekomst

Omdat dit zo’n machtige partij is heb ik inmiddels niet meer de illusie dat het zal gaan veranderen. Wat ik belangrijker vind is dat we een weg moeten zien te vinden waarmee wij als betrokkenen kunnen leven, helaas zal dat zijn binnen de kaders die de overheid stelt. Feit is dat we niet om Fiom heen kunnen voor onze vragen om informatie of hulp. Dat zal niet veranderen, want de overheid wil het zo.
Dus hoe kunnen wij het voor onszelf zodanig inrichten dat we er het meeste baat bij hebben? Door met elkaar in gesprek te gaan en samen te zien wat haalbaar is en acceptabel voor ons allen. Ik verwacht geen wonderen, maar ik zie wel dat er bij Fiom óók mensen werken die hun hart wèl op de juiste plek hebben. En het is met hen waarmee ik in gesprek wil gaan om ons leed te verzachten en te helpen met onze zoektocht naar de waarheid over onze identiteit.

Online Thema Avond: Fiom uitgesteld

Update

De reacties op Facebook over dit onderwerp heb ik voorgelegd aan Fiom. Ze illustreren de diepe pijn en het verdriet dat velen van ons ervaren. Er is een duidelijke vertrouwensbreuk tussen afstandsmoeders, afstandskinderen en Fiom als gevolg van het verleden.
Fiom is zich zeer bewust van het intense verdriet en de oude wonden die afstandsmoeders en -kinderen met zich meedragen. Hoewel ze hun uiterste best willen doen om alle vragen te beantwoorden, beseffen ze dat het verleden niet ongedaan kan worden gemaakt. Bovendien moeten ze werken binnen de beperkingen opgelegd door de Minister van Rechtsbescherming.
Fiom wil graag met ons in gesprek en is intern hard aan het werk om zo zorgvuldig mogelijk te handelen in deze kwestie. Maar dit kost tijd. Aanstaande maandag hebben we een afspraak om verder met elkaar in gesprek te gaan over de wijze waarop we het gesprek het beste vorm kunnen geven. Dan zal ook gesproken worden over een nieuwe datum.
Ik heb benadrukt dat het van essentieel belang is dat de directie van Fiom deze verantwoordelijkheid op zich neemt en hierover een standpunt inneemt.

In overleg hebben we dan ook besloten om de thema-avond tot nader order uit te stellen en misschien in een andere vorm te gieten om zodoende op een adequatere manier vragen te kunnen beantwoorden van betrokkenen. Daarover later meer.
Ik denk dat het van groot belang is om de angel uit de gebroken verstandhouding te halen dan om op korte termijn de thema-avond te gaan houden, terwijl er tegelijkertijd veel wantrouwen en verdriet speelt. Het is belangrijker dat dit zorgvuldig gebeurt en als dat wat meer tijd kost, dan zij dat maar zo.

Hoe dan ook, we zullen met elkaar door een deur moeten of we dat nou leuk vinden of niet. Dit is wat de overheid heeft bedacht en daar moeten we het mee doen. Er is geen alternatief, dus als we de verstandhouding kunnen verbeteren dan is dat in ons aller belang.

Al geruime tijd heb ik frequent contact met Fiom. Enerzijds om betrokkenen die op de een of andere manier vastlopen bij Fiom te ondersteunen, vanwege mijn eigen zoektocht en anderzijds om erkenning te krijgen voor de vele slachtoffers van gedwongen afstand in Nederland. Met betrekking tot het laatste heb ik eerder een stuk geschreven dat ik tevens naar Fiom heb gestuurd.

Wat ik beoogde, namelijk bewustwording, heeft binnen de organisatie de ogen geopend. Ook Fiom ziet het belang van introspectie en zelfreflectie in relatie tot gedwongen afstand in de vorige eeuw en de rol die de organisatie daarin heeft gespeeld. En ook met betrekking tot de wisselende afhandeling van de hulp bij zoektocht naar familie door betrokkenen.

Thema-avond

Om betrokkenen de kans te geven om vragen te stellen aan Fiom, heb ik voorgesteld om een thema-avond te organiseren. Fiom heeft positief gereageerd en zal aanwezig zijn om vragen te beantwoorden.

Aan de thema-avond zullen twee medewerkers van Fiom deelnemen:

  • Janice Reul – hulpverlener, vier jaar werkzaam bij Fiom
  • Babs van de Anker – beleidsmedewerker, twee jaar werkzaam bij Fiom

Het aantal plaatsen is beperkt. Als de belangstelling groter is, dan zullen we in november een tweede thema-avond houden.

Thema’s

De volgende thema’s die voor ons spelen zijn onder meer:

  • Fiom over het verleden
    • Erkenning
      • Besef over de rol van Fiom bij gedwongen afstand
      • Bereidheid tot introspectie (zichzelf een spiegel voorhouden).
      • Status ontwikkelingen m.b.t. erkenning en excuses
    • Nazorg n.a.v. de rol Fiom in het verleden.
  • Fiom anno nu
    • Ervaringen met Fiom in het algemeen
      • Het beleid bij de individuele zoektocht
      • Wisselende aanpak (star vs behulpzaam)
      • De AVG
    • Belang privacy afstandsmoeder vs. recht op afstammingsgegevens afstandskind
    • Fiom als uitvoerende overheidsinstantie
  • Fiom in de toekomst
    • Beleids- en naamswijziging (Federatie van Instellingen voor de Ongehuwde Moeder)
    • Expertisecentrum binnenlandse afstand en adoptie.
      • Niet onafhankelijk. Overheid bepaalt agenda.
      • Alleen advies. Geen individuele hulp en nazorg?
    • Preventie
      • In hoeverre worden aanstaande potentiële afstandsouders geïnformeerd over de nadelen en risico’s van afstand en adoptie? Zoals trauma, psychische hulp, zelfdoding, (seksueel) misbruik, kinderhandel, prostitutie.
  • Ingekomen vragen
    • Waarom werden afgestane baby’s maanden na hun geboorte pas geplaatst in een adoptiegezin waardoor de eerste hechtingsperiode ontbrak?
      Was dat een verdienmodel?
    • Is het fiom geneigd( in retrospectie) toe te geven dat er flinke fouten zijn gemaakt in de vorige eeuw?
    • Dossier inzage
      Nazorg, waar kun je terecht
    • De voorloper van de AVG is de Wet bescherming persoonsgegevens, ingegaan september 2001. Ook onder die wet had het fiom de wet overtreden met de gemaakte privacy fouten. Geen kennis hebben van de AVG is geen excuus, de Wbp bestond al vanaf 2001. Wanneer komt Fiom met een excuus vanuit het Fiom? En zo niet, waarom niet ? 
    • Hoe kunnen jullie met verschillende petten op werken? Aan de ene kant wensouders de weg naar KI begeleiden en aan de andere kant hun volwassen donorkinderen en volwassen geadopteerden coachen met de bekende problematiek? 
    • In hoeverre is het Fiom zich bewust van het feit dat het zo kan zijn dat de adoptie ouders zich niet durven hechten aan het kind Ipv dat het kind bestempeld wordt met een hechtings probleem? 
    • Is Fiom zich ervan bewust dat zij generalisten zijn en geen specialisten? 
    • Begin januari 2020 schreef ik een medewerkster van het Fiom onder andere:
      Wat we wel kunnen is de erfenis van het verleden recht aan doen door nu en in de toekomst keuzes te maken waaruit dat recht doen aan de erfenis van het verleden blijkt! 
      En in dat opzicht zeg ik: Fiom had wel je hulp aangeboden maar had voor de eer bedankt mbt aktief deelnemen aan het meldpunt.
      Het antwoord van het Fiom was:
      Helemaal eens met dat we de erfenis van het verleden moeten laten meewegen in de keuzes van nu! Ik zal ook deze opmerking nog doorspelen aan de collega’s die betrokken zijn bij onze rol inzake het meldpunt.
      Let op: Bovenstaande communicatie vond plaats voordat het onderzoek van start ging en kijk wat een zooitje het binnen het meldpunt is geworden. De vraag was niet: waarom heeft minister Dekker het Fiom de opdracht gegund? De vraag was en is: Waarom heeft het Fiom de opdracht aangenomen? Ik ben nog steeds benieuwd naar het antwoord.
NB. Individuele ervaringen in relatie tot Fiom kunnen we, omwille van de beperkte tijd, helaas niet bespreken. Je kunt hiervoor een persoonlijke afspraak maken met Fiom.

Een kritische noot

De Volkskrant van 1 oktober jongstleden schreef: Geadopteerden mogen eigen dossier niet inzien zonder instemming adoptieouders. Fiom besteedde hier aandacht aan met uitleg over hoe Fiom met de afstandsgegevens omgaat.
De Stichting Verleden in Zicht reageerde op hun website.

Ik sluit me volledig aan bij de standpunten van ViZ. Met alle respect, ik vind dat het belang van het kind (het recht op afstammingsgegevens) prevaleert boven de privacy van de moeder en de adoptieouders. Maar ik ben als afstandskind natuurlijk bevooroordeeld. 
De essentie van het artikel in de Volkskrant gaat over het niet verkrijgen van inzage in het adoptiedossier zonder toestemming van de adoptieouders en alle overige in het dossier genoemde personen. Dit geldt tevens voor inzage in de afstandsdossiers.

Ik snap dat niet alle afstandsmoeders op een later moment opnieuw met hun afstandsverleden en adoptieouders met de hele doorlopen procedure willen worden geconfronteerd, maar in de “tijdgeest” van nu is dit standpunt, 50-60 jaar later, niet langer meer te verdedigen, want hoe zit het dan met het belang van de afgestane kinderen en zelfs de generatieoverschrijdende gevolgen voor de nieuwe generaties?

Om dit soort zaken te kunnen beoordelen moeten we er met de ogen van nu naar kijken en niet meer met de verzuilde wereldvisie van een halve eeuw geleden. Toen was een ongehuwde zwangerschap een schande, nu niet meer. Het is dan ook van groot belang dat de wetgeving hierop wordt aangepast.

De trauma’s en psychische problemen die hiervan het gevolg zijn bij de afstandskinderen, zijn tot op heden door de autoriteiten en instanties zwaar onderschat. Of beter gezegd: genegeerd. En van betaalde nazorg voor de betrokkenen is al helemaal geen sprake. Voor iets dat hen als baby bewust is aangedaan! Ik snap dat de tegenstrijdige privacybelangen (van moeder en kind) een ingewikkelde afweging is, maar daarbovenop maakt een eigen interpretatie van Fiom-medewerkers dit voor de betrokkenen alleen maar erger.

Overigens vind ik het storend dat men in de meeste gevallen primair spreekt over geadopteerden in plaats van afstandskinderen. Er werden namelijk meer kinderen (gedwongen) afgestaan, dan er werden geadopteerd! Dus deze groep is groter dan het aantal geadopteerden. Ook deze mensen zijn slachtoffer van deze praktijken en ook zij horen erbij. Een belangrijk onderscheid!

En daarbij is ons leven begonnen bij de geboorte, waarna we gedwongen werden afgestaan, en niet pas bij de adoptie.

Fiom zit, als uitvoerende instantie van de overheid, in een spagaat; het heeft zich te houden aan de AVG, ligt tegelijkertijd aan de ketting van de overheid en heeft per saldo gewoon de wil uit te voeren van het Ministerie van Justitie. Punt uit. Feitelijk is Fiom voor de betrokkenen hierdoor dan ook eigenlijk de verkeerde gesprekspartner. Ze bepalen niets, dat doet de overheid. Als Weerwind nee zegt, dan gebeurt het niet. Hierdoor kunnen ze veel minder bereiken dan wij betrokkenen zouden willen.
Tegelijkertijd heeft Fiom de belangen te behartigen van de betrokkenen. Dit wringt enorm. Daarbij is het voor de betrokkenen frustrerend dat (afgezien van de AVG) binnen Fiom er niet altijd eenduidig met verzoeken van betrokkenen wordt omgegaan. Dit tot verdriet en frustratie van betrokkenen. 

De overheid heeft m.i. allang een plan klaarliggen voor een binnenlands expertisecentrum (Fiom) dat van start kan gaan zodra het rapport van De Winter op tafel ligt. De gewenste onafhankelijkheid en individuele nazorg, waar betrokkenen herhaaldelijk om roepen, daar heeft de overheid geen boodschap aan, het wordt simpelweg van tafel geveegd omdat de overheid dan de touwtjes niet meer in handen heeft. De overheid wil totale controle en de regie in eigen handen houden. De frustratie hierover was duidelijk af te lezen op het gezicht van de baas van het interlandelijke expertisecentrum (INEA) bij de Afhaalchinees.

Ik verwacht dat het voor ons binnenlandse afstandskinderen en -moeders niet anders zal gaan. De altijd wollige reactie (veel woorden, weinig zeggen) van minister Weerwind bevestigde mijn gevoel in deze. Hoe graag ik het ook zou willen, ik heb er inmiddels geen vertrouwen meer in dat er naar ons geluisterd gaat worden. Het scenario van de overheid ligt volgens mij allang klaar op de plank. Fiom is niets meer dan een marionet en hangt aan de touwtjes van de overheid. Wie betaalt, beslist. En dat gaan wij met zijn allen niet veranderen.
Zelfs op lokaal niveau wordt de roep van vele betrokkenen om een (nationaal) monument voor gedwongen afstand simpelweg van tafel geveegd en bepaalt de overheid zelf wel wat “goed” voor ons is door hier een eigen invulling aan te geven, geheel voorbijgaand aan waar betrokkenen daadwerkelijk om vragen. Ook hier geldt: als het gemeentelijke project straks af is, dan zal men dit vol trots presenteren zonder dat men zich druk maakt over dat men de werkelijke wens van de betrokkenen terzijde heeft geschoven. Ik wens ze er veel succes mee. Over inlevingsvermogen en respect gesproken, of beter gezegd, het gebrek daaraan.

In hoeverre wordt er nou werkelijk naar ons geluisterd? Worden wij wel serieus genomen of krijgen we alleen maar een zoethoudertje voorgeschoteld? Het antwoord lijkt me overduidelijk.

Dat neemt niet weg dat wij met onze vuisten op tafel moeten slaan om te krijgen wat we hebben willen. Niettemin blijven de tegenstrijdige belangen van moeder en kind voor ons een struikelpunt. Het zorgt voor tweedeling onder betrokkenen, wat in het voordeel werkt van de overheid. Ik heb Fiom om een standpunt gevraagd van de directie over de punten die ik al eerder heb genoemd. Ik hoop op een duidelijke reactie. En daarbij zijn de financiële belangen van de adoptiebusiness voor de betrokken partijen veel te belangrijk om er zomaar een punt achter te zetten. Het is niet voor niets dat het internationale adoptiecircus opnieuw is opgestart, dwars tegen het advies in van Joustra. De (internationale) belangen van deze miljardenbusiness zijn gewoon te groot.
Ik verwacht dat de overheid straks het rapport van De Winter voor kennisgeving aanneemt, gaat zeggen hoe erg het toch allemaal is geweest voor de betrokkenen, het nationaal expertisecentrum (Fiom onder nieuw label) uit de hoge hoed tovert als ei van Columbus, wat vage toezeggingen doet (geen individuele nazorg of financiële ondersteuning), de aanbevelingen van De Winter naast zich neerlegt en Weerwind zichzelf op de borst klopt, zo van: dat heb ik toch maar even goed gedaan, hè. En ondertussen gewoon de eigen agenda volgt en volledig voorbij gaat aan de behoeften van betrokkenen.

En tot slot, wat hebben de Erkenningstafels, georkestreerd door het ministerie, nou eigenlijk opgeleverd? Ik denk dat ik al weet wat Weerwind gaat doen: het eindrapport van De Winter komt netjes naast dat van Deetman, Joustra en de Erkenningstafels op de plank te liggen, als interessant studieobject voor de volgende generaties.

Wat zou het fijn zijn als we met tienduizend man (landelijk en interlandelijk) op het Malieveld konden staan om ons punt duidelijk te maken. Maar er is helaas haast niemand die er wakker van ligt.

Image by Freepik

Reactie Katholieke Kerk n.a.v. Open Brief

In reactie op mijn open brief aan de Katholieke kerk ontving ik eerder deze maand de onderstaande reactie van de voormalig waarnemend Meldpuntfunctionaris van het Meldpunt RKK.

Ik heb een tijdje nagedacht over de inhoud en voordat ik mijn reactie hierover kenbaar maak ben ik benieuwd wat jullie hiervan vinden. Dus laat me dit alsjeblieft weten. Na ingelogd te zijn op deze website kan je je reactie onderaan de pagina geven.

www.moederheil.nl

Dhr. L. Verberne

Geachte heer Verberne, Arnhem, 10 augustus 2023

Op 15 juni jl. heeft het RKK Meldpunt Grensoverschrijdend Gedrag van u een uitgebreide brief ontvangen. Eerder heeft u een open brief gestuurd naar de RK Kerk over wat u als “afstandsbaby” is overkomen. Op uw website Moederheil.nl geeft u treffend aan wat de impact is voor veel ongehuwde moeders en hun kinderen, die volgens de toen geldende normen en waarden van elkaar werden gescheiden. Het is duidelijk dat die impact groot is. Dit werd ook in 2014/2015 in volle hevigheid kenbaar toen afstandsmoeders hiervoor aandacht vroegen. 

Als oud-secretaris van het Voorzittersoverleg van de voorzitters van de Bisschoppenconferentie, de KNR en de slachtofferorganisatie KLOKK ben ik jarenlang nauw betrokken geweest bij het dossier seksueel misbruik. In die tijd, 2013-2018, werd in het Voorzittersoverleg intensief gesproken over hoe slachtoffers van seksueel misbruik en geweld zo goed mogelijk konden worden geholpen. Daarbij stonden de kernbegrippen hulp, erkenning en genoegdoening centraal. 

Toen in 2014 het vraagstuk van de afstandsmoeders ging spelen, werd dat direct een aandachtspunten van het Voorzittersoverleg. Zeker toen het ministerie en de Tweede Kamer hierover door -met name afstandsmoeders- werden bevraagd. De Tweede Kamer heeft de RK Kerk uitgenodigd voor de Rondetafeloverleg over dit onderwerp om een inbreng te leveren (2015).    

Uw brief

Ik begrijp goed hoe u terugkijkt op wat er gebeurde In Moederheil met ongehuwde moeders en hun baby’s. Van de afstandsmoeders hebben we vernomen en gelezen wat dit voor hen heeft betekend. Dit zijn indringende verhalen. Het is duidelijk dat de gedwongen adoptie veel verdriet in uw leven heeft bezorgd. Dat is pijnlijk te lezen. 

In uw brief vraagt u naar mogelijkheden voor erkenning, excuses en compensatie door de Katholieke Kerk. U verwijst naar de Stichting Hulp en Recht, die onvindbaar is op het internet. Dat klopt. Op basis van het advies van de Commissie Deetman (2011) is het Meldpunt seksueel misbruik opgezet. Dit Meldpunt heeft de rol van de eerdergenoemde stichting overgenomen. De Commissie Deetman wilde met het nieuwe Meldpunt de onafhankelijkheid beter borgen. Bij het Meldpunt konden slachtoffers zich melden en een klacht indienen. 

De rechter heeft in 2014 beslist dat de klachtenprocedure op 1 mei 2015 is beëindigd. Op verzoek van de Tweede Kamer is er voor verjaard seksueel misbruik nog een mogelijkheid om een nagekomen melding in te dienen.

Rondetafeloverleg 

Na het Rondetafeloverleg op 10 september 2015, waaraan ook vertegenwoordigers van de RK Kerk hebben deelgenomen, wordt in de Tweede Kamer indringend met het kabinet gesproken over dit onderwerp. Het is duidelijk dat een samenspel van de maatschappelijke normen en waarden (los van kerkelijke gezindte), het ontbreken van wettelijke regels en het beperkte toezicht door de Voogdijraden resp. Raad voor de Kinderbescherming kon leiden tot de grootschalige gedwongen adoptie. 

De Bisschoppenconferentie en de KNR hebben beklemtoond dat tot in de jaren ’50 het in de katholieke vroedvrouwenscholen, kraamklinieken en opvang- en doorgangshuizen de vaste lijn is geweest om moeder en kind bij elkaar te houden. Het gezin staat juist in de katholieke opvoedende benadering centraal. Dit past ook bij de pastorale zorg voor zwakkeren in onze samenleving. 

Prof. dr. J. Bank heeft benadrukt dat de algemeen burgerlijke en christelijke moraal in de eerste helft van de vorige eeuw heeft geleid tot een omslag in denken, resulterend in een negatieve waardering voor ongehuwde moeders. Dit heeft weer geleid tot een algemeen-sociale druk om baby’s van ongehuwde moeders zo snel mogelijk door een gezin te laten adopteren. Met alle gevolgen van dien. Veel RK instellingen hebben zich helaas, tegen beter weten in, geschikt naar de nieuwe gedragslijn. 

Huidige situatie

Op 1 oktober 2022 heeft prof. dr. Micha de Winter de opdracht van de Minister van Rechtsbescherming gekregen om “onderzoek te doen naar binnenlandse afstand en adoptie in de periode 1956-1984”. Naar verwachting zal dit onderzoek in 2024 zijn afgerond. Of de commissie ook aanbevelingen doet m.b.t. de aansprakelijkheid (en genoegdoening) is -volgens de minister- aan de commissie (zie Verslag TK, 16 juni 2022). 

Graag attendeer ik u op de Stichting Verleden in Zicht (www.verledeninzicht.nl). Dat is een in 2021 opgerichte instelling die zich bezighoudt met belangenbehartiging, voorlichting en informatie, borging erfgoed, gegevensverzameling en onderzoek. Mogelijk kunt u zich bij deze stichting aansluiten om erkenning, excuses en compensatie te verkrijgen. 

Indien u met mij wilt doorspreken over deze reactie op uw brief, dan kan dat natuurlijk. Ik ben bereikbaar via (nummer verwijderd omwille van privacy).

Vriendelijke groet.

Naam verwijderd omwille van privacy

Voormalig waarnemend Meldpuntfunctionaris

Adoptiedossiers opvraagbaar van de Centrale Adoptieraad (CAR) en Centrale Adoptiedocumentatie (CAD)

Vanaf 14 augustus 2023 is het mogelijk om bij het Nationaal Archief een dossier op te vragen uit een archief met bijna 9.400 adoptiedossiers. Het gaat om de dossiers van de CAR en de CAD.

Het archief van de Centrale Adoptieraad (CAR) en Centrale Adoptiedocumentatie (CAD) bevat dossiers over adopties tussen 1957 en 1999. Het gaat om zowel interlandelijke adopties als binnenlandse adopties. Let op: er is niet over iedere adoptie een dossier aanwezig in het CAR en CAD archief!

Aanvraag doen

Wilt u een aanvraag doen voor het archief van de CAR en CAD? Op de themapagina’s Interlandelijke Adoptie en Binnenlandse Afstand en Adoptie vindt u meer informatie over de dossiers, de organisaties die de dossiers aanlegden en over hoe u een aanvraag indient. 

Voor elke aanvraag die wij ontvangen, kijken wij zo breed mogelijk in onze collectie of wij informatie kunnen vinden die te maken heeft met uw zoekvraag. Dat betekent dat wij behalve in de archieven van de CAR/CAD ook kijken in andere collecties waar mogelijk (kopieën van) adoptiedocumenten in voorkomen, zoals rechtbankarchieven. Het kan ook gebeuren dat we u doorverwijzen naar andere archiefinstellingen die mogelijk relevante informatie voor u in hun collectie hebben.

Lees verder op de website van het Nationaal Archief

Tot elkaar veroordeeld

Naar aanleiding van de nieuwe huisstijl en website van de FIOM werd mij door een medewerker hierover om een reactie gevraagd. Een tekst op de website van FIOM viel mij op en heb ik daar de onderstaande reactie op gegeven. Het gaat om de volgende tekst:

"Afstand ter adoptie 

Het is mogelijk je zwangerschap uit te dragen en je kind na de geboorte af te staan ter adoptie. Je draagt je kind dan in feite over aan anderen. Bij adoptie worden de juridische banden tussen jou en je kind definitief verbroken waardoor je geen ouderlijke rechten meer hebt. Je kind groeit op bij anderen en in principe is er geen contact meer tussen jou en je kind. Soms is er wel contact mogelijk in de vorm van foto’s, brieven of ontmoetingen. De adoptieouders beslissen of ze dat willen of niet. Het is mogelijk een afstandsprocedure onder geheimhouding te laten plaatsvinden. "

Citaat: website FIOM

De nieuwe website van FIOM heeft reacties losgemaakt bij mijn achterban. Niet zozeer vanwege de nieuwe stijl, maar vanwege de zeer grote reputatie- en imagoschade bij mijn achterban in afstands- en adoptieland. En dat zit heel diep.

Wat mij opvalt is dat een nieuwe huisstijl de organisatie zelf niet verandert. Daarvoor is meer nodig. Het gaat nl. om de inhoud en niet om de verpakking. Veel betrokkenen hebben het gevoel dat FIOM niet handelt in het belang van de afstandsmoeders en -kinderen. De bovenstaande tekst lijkt dat gevoel te bevestigen.
Het is een feit dat FIOM in het verleden direct en indirect actief betrokken was bij het scheiden van moeder en kind. Dit gebeurde niet incidenteel, maar structureel, want we hebben het hier over vele tienduizenden mensen die het betrof. Dit neemt mijn achterban FIOM zeer kwalijk. Ikzelf ben daar geen uitzondering op. Het is de voornaamste reden voor deze vertrouwensbreuk. 

Het is voor mijn achterban dan ook, op zijn zachtst gezegd, wrang dat we voor informatie over ons verleden met de FIOM om de tafel moeten, want er is geen alternatief. Bij velen voelt het dat we alleen terecht kunnen bij de organisaties (RvdK en FIOM) die voor een belangrijk deel verantwoordelijk zijn voor wat ons is overkomen en het leed wat daarvan het gevolg is. Voorbeelden hiervan zijn talrijk. 

Wat ik hiermee wil zeggen is dat een nieuw jasje (de website) niet de oplossing is. Allereerst denk ik dat de hele organisatie een grote schoonmaakbeurt nodig heeft. Om te beginnen de naam FIOM (Federatie van Instellingen voor de Ongehuwde Moeder en kind). Alleen al het feit dat dit anno 2022/23 nog steeds gaat over de ongehuwde moeder en haar (bastaard)kind is al een doorn in het oog van mijn achterban. Daar verandert een cosmetische verandering in de vorm van een nieuw logo en huisstijl niets aan. Een nieuwe naam zou een eerste stap kunnen zijn in de goede richting. Al is een nieuwe naam zonder nieuw beleid ook maar een holle schil.

Een andere doorn in het oog van mijn achterban is dat er nooit excuses zijn gemaakt of erkenning is geweest van het leed veroorzaakt door FIOM en de andere betrokken instanties en overheid. Feit is dat (landelijk) vele tienduizenden mensen hiervan slachtoffer zijn geworden, waarvan velen nog elke dag worstelen met de psychische gevolgen van de trauma’s die hierdoor zijn ontstaan.

Ter vergelijking:
Het voelt alsof je als slachtoffer van een misdrijf nu moet aankloppen bij de dader die anno nu, in zijn nieuwe rol als vertrouwenspersoon, de enige is die jou kan informeren over toen. Snap je hoe pijnlijk dit is?

Dit maakt ook dat het voor mijn achterban zeer moeilijk te verkroppen is dat FIOM door de minister is gevraagd om het expertisecentrum in te richten. Wij hebben als lotgenoten geheel geen stem in deze en we voelen ons totaal niet gehoord. Het zou al enorm schelen als de FIOM het leed zou erkennen dat zij mede heeft veroorzaakt en daarvoor diep door het stof zou gaan. De generatie medewerkers van FIOM van destijds is denk ik al grotendeels met pensioen en het is op zich een goede zaak dat men tegenwoordig oog heeft voor de mens i.p.v. de norm, maar dat neemt niet weg dat velen de FIOM nog zien als een verlengstuk van de overheid. Want wie betaalt bepaalt. En een nieuw jasje veegt het leed niet van tafel.

Tot slot nog even over de website. Hierover heb ik een vraag. In hoeverre wordt de nieuwe generatie ongewenst zwangere moeders in spé geïnformeerd over de nadelen en risico’s van adoptie? Wordt de afstandsmoeder en de adoptieouders in spé ook verteld over de te verwachten trauma’s als gevolg van de afstand, het verlies van de moeder, het vervangen van de roots van het kind alsof het een paar nieuwe schoenen zijn en het verbreken van de biologische band met de familie en de te verwachten eerste psychische problemen tijdens de pubertijd a.g.v. een identiteitscrisis? En daarnaast over de risico’s van (seksueel) misbruik? Dit mis ik namelijk op de website van de FIOM. 

Adoptie is geen garantie voor een beter/veilig leven

Er zijn talrijke voorbeelden van hoe fout het kan gaan. Juist om de moeder een verstandige keuze te laten maken is het essentieel dat zij grondig over de risico’s wordt geïnformeerd. Oók over de negatieve kanten van adoptie.

In het bovenstaande citaat van de website van FIOM wordt geheel en alleen uitgegaan van het belang van de adoptieouders. Het belang van het kindje en de afstandsmoeder (en -vader) ontbreekt hier volledig. Een kind wordt afgestaan uit wanhoop, niet omdat de ouders er zo gelukkig mee zijn. Dus ook psychische nazorg voor de ouders en kind is een must. Het lijkt hierdoor alsof FIOM niets geleerd heeft van de misstanden uit het verleden en ik verwijs hierbij nogmaals graag naar de onderzoeken van psycho-analyticus Rene Spitz (https://www.moederheil.nl/wp/vroegkinderlijk-trauma/) waarin overduidelijk wordt getoond wat de psychische schade is voor het kind nadat het door de moeder is verlaten.

M.a.w. in het belang van het kind is het cruciaal dat de band met de biologische familie intact blijft. Juist bij adopties en pleegouderschap. Niet de adoptieouders zouden dit moeten beslissen, want door deze beslissing bij de adoptieouders neer te leggen wordt het belang van het kind terzijde geschoven. Het zou de adoptieouders verplicht moeten worden dat zij de biologische band in stand houden totdat het kind oud genoeg is om zelf te beslissen over hoe nu verder.
Uit onderzoek is gebleken dat er naar verhouding meer geadopteerden dan niet-geadopteerden geregeld een beroep doen op psychische hulp. Dat is niet zonder reden. Het is derhalve van groot belang dat de band tussen moeder en kind prevaleert boven het belang van de adoptieouders. En niet omgekeerd. Al was het alleen maar vanwege de psychische gezondheid van het kind op latere leeftijd. 

Image by Freepik

Moederheil: katholieke kraamkliniek, doorgangshuis en kinderhuis 1945-1972

Verslag Archiefonderzoek Moederheil – Verweij-Jonker Instituut

Het ‘Doorgangshuis voor de Ongehuwde Moeder en haar kind’ van de R.K. Stichting Moederheil werd opgericht in 1921. Het was een doorgangshuis: een tehuis waar ongehuwde moeders tijdelijk werden opgenomen. Ze verbleven er een paar maanden voor de bevalling, bevielen in de kraamkliniek – die bij Moederheil aan huis was- en bleven daarna zeker ongeveer drie maanden om tot een oplossing te komen voor hun situatie. Stichting Moederheil werd opgericht met de doelstelling:

En zo was het ook aan het begin van de onderzoeksperiode halverwege de jaren vijftig van de twintigste eeuw: een combinatie van opvang en leerpraktijk. Het jaarverslag over 1955 gaf als doel voor de opvang in het doorgangshuis- het huis waar de moeders verbleven:

Moederheil eiste tot 1959 dat moeder en kind minstens drie maanden na de geboorte samen bleven in het tehuis zodat er borstvoeding gegeven kon worden en de hechting tussen moeder en kind op gang kwam. 12 De gehele onderzoeksperiode bleef Moederheil een opvanghuis met een religieuze, Rooms Katholieke signatuur. Het bestuur was katholiek, de bisschop was hoe dan ook betrokken bij het tehuis; de financiering was gedeeltelijk door katholieke instanties, de ongehuwde moeders die werden opge- vangen waren op een enkel geval na Rooms Katholiek; en de kinderen werden daags na de geboorte in de kapel van Moederheil gedoopt. 13 Bovendien bestond de staf die het opvangwerk deed, de kinderen verzorgde en de gesprekken voerde met de moeders en hun omgeving, ook uit Rooms Katholieken. Tot 1962 zelfs grotendeels uit religieuzen, toen het tehuis nog werd geleid door de nonnen van de Kleine Zusters van de Heilige Joseph. Deze zusters waren niet vrij van oordelen over ongehuwd moederschap, maar hun dagelijkse omgang met de ongehuwde moeders en hun problemen was pragmatisch en ze vonden op religieuze gronden dat moeder en kind onlosmakelijk bij elkaar hoorden – ook als de moeder ongehuwd was (Dorren, 2007).

  • 10. Jan Brouwers en Marcel Duijghuisen, Van Moederheil en Valkenhorst: een geschiedschrijving (Breda, 1995), 4.
  • 11. Jaarverslag 1955 van Stichting Moederheil, afdeling Doorgangshuis voor de Ongehuwde Moeder en haar kind.
  • 12. In het Jaarverslag van Moederheil over 1959 wordt op p.7 gesproken van de traditionele verblijftijd van 3 maanden na de bevalling die in dat jaar is losgelaten.
  • 13. Jan Brouwers en Marcel Duijghuisen, Van Moederheil en Valkenhorst: een geschiedschrijving (Breda, 1995), 11.

    Bronnen: 
    219311_Verslag_Archiefonderzoek-Moederheil – Verweij-Jonker Instituut
    Stadsarchief Breda

    De Archieven

    Het archief van Moederheil en Valkenhorst

    Het is voor mij lang een raadsel geweest wat er met het archief van Moederheil is gebeurd. Het Onderzoek Binnenlandse Afstand en Adoptie dat werd uitgevoerd door het Verweij-Jonker Instituut werd stopgezet door voormalig minister Sander Dekker na hevige protesten over de talloze ernstige privacygevoelige fouten, heeft niettemin enige helderheid gebracht over het hoe, wat, wie en waar.

    Nadat het onderzoek was gestopt heeft het Verwey-Jonker Instituut de onderzoeksgegevens gepubliceerd in de vorm van zogenaamde Working Papers, met daarin de rauwe onvoltooide onderzoeksresultaten. Ondanks het feit dat dit onderzoek niet is voltooid bracht dit een aantal interessante wetenswaardigheden aan het licht.

    Het is allereerst belangrijk om te weten dat er niet één, maar meerdere archieven zijn van Moederheil en Valkenhorst. Om te weten welke dat zijn is het belangrijk om terug te kijken in de geschiedenis.

    • Begonnen als R.K. Stichting Magdalena. (1915-1921)
    • R.K. Stichting Moederheil. (1921-1972)
      Vanaf 1962 werd Moederheil niet meer gerund door nonnen, maar door niet-geestelijken, de zgn. leken en kreeg het beleid in plaats van een praktische, een meer professionele aanpak.
    • Verder is het van belang om te weten dat de Magdalena-stichting evenals Moederheil een instelling was die onder het bestuur stond van de katholieke kerk en werd gerund door de Kleine Zusters van de Heilige Joseph.
    • Valkenhorst (1972-1995)
      In 1972 ging Moederheil verder onder de naam Valkenhorst. In eerste instantie was Valkenhorst nog een verlengstuk van Moederheil in de zin van doorgangshuis, maar dit veranderde in het bieden van een veilig onderdak aan moeders en kinderen als opvanghuis.
    • Door die laatste rol als jeugdhulpverleningsinstantie kwam Valkenhorst uiteindelijk onder de hoede van de Stichting Juzt. Stichting Juzt is recentelijk failliet gegaan. Voor zover bekend zijn de archieven van Juzt overgegaan naar de Stichting Erfgoed Juzt.
    • Tot slot is er de Fiom dat de afstandsdossiers beheert.

    Archief Stichting Magdalena

    Ik heb op dit moment nog geen concrete informatie over het archief van de Magdalenastichting. Maar aangezien de instelling destijds werd gerund door de Kleine Zusters van de Heilige Joseph, mag ik aannemen dat dit archief, als het überhaupt nog bestaat, in Heerlen zal liggen. Aangezien dit valt onder de Roomskatholieke Kerk, zal een eventuele inzage, als dit al kan, moeten worden aangevraagd via de kerkelijke instanties.

    Archief Moederheil

    Afstandsdossiers

    Formeel gesproken zijn de afstandsdossiers eigendom van de afstandsmoeders en in beheer bij de FIOM. Inzage is, in principe, alleen mogelijk voor personen die in het dossier worden genoemd. Tevens is toestemming vereist van de afstandsmoeder. Indien zij geen toestemming geeft dan wordt alle informatie die op haar betrekking heeft, onleesbaar gemaakt.

    Administratie zusters

    De reguliere administratie van de Kleine Zusters van de Heilige Joseph valt onder het kerkelijk bestuur en zal in de kerkelijke archieven liggen, wellicht in Heerlen. Ik zeg bewust zal, aangezien mij geen openbaar overzicht bekend is van wat er in het archief van de nonnen aanwezig is. Zoals eerder aangegeven zal inzage moeten worden aangevraagd via de kerkelijk kanalen.

    Administratie overig

    In het verslag van het Verwey-Jonker Instituut over het archief van Moederheil en Valkenhorst is hierover het volgende te lezen:

    De bronnen in het archief van Moederheil 1956-1972

    De archiefstukken van Moederheil werden bij aanvang van het onderzoek beheerd door Stichting Juzt. Ze waren op twee plaatsen te vinden:

    Oasis Group
    Bij de Oasis Group (een archiefbewaarder) in Utrecht: algemeen archief van instelling Moederheil, toegankelijk via een plaatsingslijst opgesteld door Fiom (circa 12 dozen)

    Breda Werkt (voorheen ATEA-groep)
    Bij Breda Werkt in Breda: dossiers Moederheil en Valkenhorst en instellingsarchief van Valkenhorst, toegankelijk via c.q. plaatsingslijst en dossiernummers.

    Stichting Juzt gaf de onderzoekers toestemming om de archiefstukken te raadplegen. Raadpleging vond plaats bij de Oasisgroep in de loop van 2019. Daarna gooide Covid-19 roet in het eten én hield Stichting Juzt op te bestaan. In de zomer van 2020 heeft Fiom in samenwerking met Juzt, het Verwey-Jonker Instituut en de gemeente Breda ervoor gezorgd dat de stukken van Moederheil bewaard konden blijven. Daarbij werden de archieven opnieuw geordend, kregen ze deels een ander onderkomen, en werden de stukken opnieuw genummerd. In deze periode zijn de stukken als volgt herverdeeld:

    – de stukken die directe relatie hadden tot personen en dossiers worden nu beheerd door Fiom
    – de stukken die bij het algemene archief van instelling Moederheil en instelling Valkenhorst horen (19 dozen) worden nu beheerd door Stichting Erfgoed Juzt.

    In dit verslag staan de bevindingen in het algemene archief en van onze bevindingen in een steekproef van 34 dossiers. In dit verslag zijn wat betreft het algemeen archief van de instelling Moederheil de nummers van de oude plaatsingslijsten gehanteerd.

    Het algemeen archief van Moederheil bevat circa 8 meter stukken van diverse aard en naar schatting circa 50 meter aan cliëntendossiers. De stukken bieden informatie over het tehuis, ontwikkelingen in de doelstellingen van de ongehuwde moederzorg en in de hulpverlening door de tijd heen. Ook bieden de stukken in het archief informatie over de cliënten (moeders en kinderen) en de praktijken van afstand, behoud en eventuele plaatsing in (adoptief) pleeggezinnen. In de stukken zijn de jaren vijftig, zestig en begin zeventig goed vertegenwoordigd – Er ligt geen nadruk op een bepaalde periode in het archief. Omdat het archief van Moederheil als tehuisarchief is gevormd bestrijkt het per definitie een deel van wat er in het verleden gebeurd is. De bronnen in het archief van Moederheil zeggen meer over afstand dan over adoptie.

    Het algemene instellingsarchief

    Het instellingsarchief archief bestaat uit circa 16 verhuisdozen (8 meter). Daarnaast zijn er veel dossiers bewaard die verband houden met de vrouwen en kinderen die in Moederheil verbleven. Het archief van Moederheil heeft over de hele onderzoeksperiode veel en rijk materiaal te bieden. Het bestudeerde materiaal van het instellingsarchief beslaat de periode 1943-1971. We hebben vanaf de beginperiode gezocht naar relevante bronnen; dit om ook eventuele signalen van de aanloop naar de Adoptiewet op het spoor te komen. De Adoptiewet werd eind 1956 van kracht en het was de vraag of we daar stukken over zouden aantreffen in het instellingsarchief. Dat bleek niet het geval.

    De stukken uit het algemeen archief bieden informatie over de inrichting van het gebouw, het bestuur, de nonnen en de professionals die er werkten en de bezettingsgraad in de vroege periode.

    Voor het onderzoek zijn uit het algemene archief van Moederheil de volgende seriële bronnen geraadpleegd – hieronder in chronologische volgorde van opkomst gerangschikt:
    – opnameregisters van kinderen (1940-1959);
    – zogeheten patiëntenboeken of personenregisters met gegevens over ongehuwde moeders (1950-1958, twee folioschriften met harde kaft));
    – statistieken voor de jaarverslagen van de instelling/organisatie (1948-1958);
    – de jaarverslagen zelf (1952-1955, 1958-1970);
    – ontslagboeken met gegevens over de vertrekken uit de gynaecologische kliniek met gegevens van ongehuwde en gehuwde moeders (1957-1961);
    – kasboeken (1959-1963 en 1967-1973);
    – notulen van wekelijkse stafbesprekingen (1959-1962); en
    – geboorteaangiftes van kinderen die in Moederheil geboren zijn (1969-1971).

    5 Er was geen tijd binnen het onderzoek om de nieuwe nummers te verwerken.

    Voorbeelden van meer incidentele, relevante stukken uit het algemeen archief zijn:
    – aanvragen voor pleegkinderen gericht aan Moederheil (1943);
    – een overzicht van de personeelsbezetting in het doorgangs- en kinderhuis (1964);
    – een bestellijst van medicijnen (vermoedelijk uit 1964);
    – een visiedocument betreffende een nieuwe opzet van ongehuwde moederzorg (1959-1960);
    – stukken over kostprijsberekening;
    – en documenten in verband met plannen voor verbouwingen en dergelijke.

    Steekproef uit de cliëntendossiers

    Daarnaast hebben wij een kleine, beredeneerde, maar qua achtergrond aselecte steekproef onderzocht van 34 cliëntendossiers uit onze onderzoeksperiode. Ze bevatten vaak persoonsgegevens van de moeder en het kind: zoals bijvoorbeeld een geboortebewijs, een aanvraagformulier met het familie adres en de contactpersoon van de moeder, plus de reden voor opname en vertrekstaten, en gegevens over de ontwikkeling van het kind. Verder bevatten de dossiers correspondentie met allerlei partijen die over de aanmelding van de moeder en over de toekomst van het kind gingen. In de dossiers is bijvoorbeeld correspondentie met ouders, huisartsen, Rooms Katholieke verenigingen voor Kinderbescherming en diverse Raden voor de Kinderbescherming. Ook is er in de dossiers correspondentie tussen de directie van het tehuis en bureaus voor ongehuwde moederzorg en correspondentie met de Gemeentelijke Dienst voor Sociale zaken (GDSZ) over verpleegkosten. De dossiers bevatten medische gegevens over de zwangerschap en de bevalling. In de dossiers van Moederheil hebben we ook psychologische rapporten gevonden, van zowel moeder als kind, en in de periode van de zusters, persoonlijke briefjes van moeders na hun vertrek. Ook is er correspondentie tussen tehuizen onderling als moeder en/of kind naar een ander tehuis gingen of van een ander tehuis kwamen. In de dossiers van Moederheil vinden we in de loop van de jaren zestig af en toe verwijzingen naar zogeheten afstandsverklaringen. Het zijn verklaringen die volgens de schaarse toelichtingen in de dossiers formeel geen rechtswaarde hadden, maar waarvan de Regionale Raad voor de Kinderbescherming destijds aan Moederheil vroeg of het tehuis die wilde laten tekenen door de moeder in kwestie. Hiermee verklaarde de moeder ‘zich te willen laten ontheffen uit de ouderlijke macht’. (Zie verder hoofdstuk 5; voor regels en toezicht zie verder Van der Klein en Bultman, 2022).

    Het archief van Moederheil bevat in de periode van 1956-1972 ongeveer 2500 cliëntendossiers in totaal.6 Inmiddels zijn de dossiers verhuisd naar Fiom en zijn Fiom-medewerkers druk doende om de collectie in kaart te brengen zodat ze beschikbaar gesteld kunnen worden aan de moeders en kinderen wiens dossiers het zijn. Voor onze steekproef hebben wij in totaal 34 dossiers ingezien, waarin de nadruk ligt op de moeder, maar waarin ook gegevens over het kind en de bevalling staan:

    – 14 dossiers uit 1957-1962.
    – 20 dossiers uit 1963-1972.

    6 Informatie over het totale aantal clïëntendossiers in verband van Moederheil is via Fiom verkregen.

    De 34 dossiers vormen 1,4% en daarmee slechts een fractie van het totaal. De steekproef is bedoeld om een beeld te krijgen van de cliëntgroepen die tussen 1956 en 1972 Moederheil binnenkwamen, de hulpverlening in het tehuis, en de aard van begeleiding en sturing bij afstand en behoud. Ook hebben we – in het algemeen archief en de dossiers – gezocht naar procedures, protocollen en ontwikkelingen in het instellingsbeleid die bij het besluit over afstand of behoud in Moederheil een rol speelden. Uit de dossiers en andere bronnen in het archief van Moederheil blijkt dat er diverse scenario’s mogelijk waren na een verblijf in Moederheil.”

    Bron citaat: Verslag van het archiefonderzoek bij Moederheil, Breda 1956-1972 – VJI 2022

    Image by Freepik

    Verslag Tehuis Annette – VJI

    Working Paper

    Verslag Ons Tehuis – VJI

    Working Paper

    Pagina 2 van 3

    Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén

    Translate >>