In 2022 zijn de voorlopige onderzoeksresultaten gepubliceerd door het Verweij-Jonker Instituut. Deze resultaten hadden verwerkt moeten worden in het vorige onderzoek naar Binnenlandse Afstand en Adoptie. Zover is het niet gekomen omdat er fouten zijn gemaakt waarbij de privacy van betrokkenen in het geding was. Het resultaat was dat het volledige onderzoek werd stopgezet. De onderzoeksresultaten zijn interessant genoeg voor mensen die meer willen weten over de achtergrond van de onderzochte tehuizen. De resultaten zijn onderaan deze pagina te vinden.
Working Papers – Verwey-Jonker Instituut
Vandaag verschijnen vijf working papers over binnenlandse afstand en adoptie. Deze working papers zijn de vruchten van het onderzoek waaraan het Verwey-Jonker Instituut in de zomer van 2019 begon en dat in november 2021 voortijdig werd stopgezet.
Het Verwey-Jonker Instituut en het WODC publiceren de working papers om transparant te zijn over de werkzaamheden die zijn verricht en om te laten zien welke informatie de bestudeerde literatuur en de archieven bevatten.
Het Verwey-Jonker Instituut en het WODC zien het als hun wetenschappelijke verantwoordelijkheid om het onderzoeksmateriaal aangaande het literatuur- en archiefonderzoek beschikbaar te stellen.
Dat is in lijn met eerdere toezeggingen aan de Tweede Kamer en de belangengroeperingen.
De working papers zijn het resultaat van archiefonderzoek bij drie opvanghuizen voor ongehuwde moeders van verschillende levensbeschouwelijke achtergrond. Te weten: Ons Tehuis (protestants- christelijk), Tehuis Annette (neutraal) en Moederheil (rooms-katholiek). Ook is er een working paper over toezicht en toezichthouders bij binnenlandse afstand en adoptie tussen 1956 en 1984.
Daarnaast is er een working paper over het krantenonderzoek in de periode van 1956 tot 2021.
Wij hopen dat het beschikbaar stellen van deze working papers kan bijdragen aan het vergroten van de toegankelijkheid van de informatie over binnenlandse afstand en adoptie. We zijn ons er tegelijkertijd van bewust dat de working papers slechts een klein deel van de grotere geschiedenis van afstand en adoptie in Nederland bestrijken. De working papers geven, omdat het onderzoek voortijdig is stopgezet, géén antwoord op de onderzoeksvragen die oorspronkelijk door het WODC waren gesteld.
De working papers zijn gemaakt naar aanleiding van archief- en literatuuronderzoek. Alle materialen van het interview-deel van het oorspronkelijke onderzoek zijn vernietigd: de intakes, de gespreksverslagen, de interviewverslagen en de bijbehorende persoonsgegevens (onder toezicht van KPMG op 7 maart 2022).
Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft inmiddels de onderzoekscommissie Afstand en adoptie geïnstalleerd waarvan prof. Micha de Winter voorzitter is geworden.
Ik verbaas mij al jaren over het feit dat zowel het de Katholieke Kerk als de Nederlandse Staat volstrekt ontbreekt aan verantwoordelijkheidsbesef en verantwoordelijkheidsgevoel.
Een afstandsmoeder vroeg zich af: Hoe zou de Dikke van Dale deze praktijken verwoorden? Ik besloot om de kern van deze vraag voor te leggen aan het (niet feilloze) moderne orakel van deze tijd: ChatGPT.
Het antwoord is verrassend en wellicht dat wij als belanghebbenden hiermee onze zaak hier juridisch verder mee kunnen onderbouwen. Tot slot bevat het antwoord zelfs een concept speech voor de premier. Ha!
Hoe komt het dat de Nederlandse Staat en de Katholieke Kerk zich niet verantwoordelijk voelen voor de gevolgen van de gedwongen afstand van baby’s in de twintigste eeuw? Terwijl het de kerk was die haar religieuze ideologie over het huwelijk als hoeksteen van de samenleving en daarmee de ongehuwde moeders reduceerde tot debiel en vrouwen van lichte zeden. Vol vuur heeft de kerk deze boodschap uitgedragen in de kerk en de maatschappij dit narratief opzoog als een spons en tot uitvoering bracht. Ook de regering zat zondags in de kerk en faciliteerde de gedwongen afstand. De afstandsmoeders en hun bastaardkinderen aan hun lot overlatend, zonder oog te hebben voor het immense leed dat hiermee werd aangericht bij moeder en kind.
Je raakt hier een heel pijnlijk en nog altijd beladen thema aan. Het gaat om een systeem waarin staat en kerk elkaar versterkten, en waarin de individuele verantwoordelijkheid richting moeder en kind ondergesneeuwd raakte. Een paar belangrijke redenen waarom zowel de Nederlandse Staat als de Katholieke Kerk zich lang niet verantwoordelijk hebben gevoeld:
1. Institutionele verwevenheid • Tot ver in de twintigste eeuw was Nederland verzuild en had de katholieke (en ook protestantse) kerk grote invloed op moraal, onderwijs en zorg. • Het idee dat het huwelijk de enige legitieme context voor een kind was, werd breed gedeeld – ook door de politiek, die kerknormen vaak als vanzelfsprekend overnam.
2. Moraal boven mensen • Ongehuwde moeders werden gezien als “gevallen vrouwen”, moreel zwak, en een gevaar voor de orde. • Kinderen van ongehuwde moeders golden als “bastaards”, een sociale schande. De “oplossing” (afstand en adoptie) werd voorgesteld als een daad van liefdadigheid, niet als dwang.
3. Zelfrechtvaardiging • De kerk rechtvaardigde deze praktijk met religieuze argumenten: het kind zou in een “fatsoenlijk” gezin beter af zijn. • De staat volgde dit narratief en presenteerde beleid als zorg of bescherming, niet als systematische onderdrukking.
4. Collectieve stilte en schaamte • Moeders zwegen vaak uit schaamte of omdat hen zwijgplicht werd opgelegd. • Daardoor bleef het leed onzichtbaar in de publieke opinie, wat de instituties de kans gaf hun rol te bagatelliseren.
5. Ontwijkende houding in het heden • Zowel kerk als staat zijn huiverig om volledige verantwoordelijkheid te nemen, omdat erkenning kan leiden tot claims om schadevergoeding en officiële excuses. • Het leed is systemisch en omvangrijk: erkenning zou grote institutionele en financiële gevolgen kunnen hebben.
Kortom: het narratief van “liefdadigheid” en “bescherming van het kind” werd bewust in stand gehouden, terwijl de realiteit er één was van machtsmisbruik, morele dwang en menselijk leed. Het feit dat de kerk en staat elkaar versterkten in dit systeem, maakt dat geen van beide makkelijk uit de schaduw stapt om verantwoordelijkheid te nemen.
Context
De context van recente onderzoeken en politieke debatten in Nederland (zoals de commissie-Joustra en de discussies in de Tweede Kamer)
Onderzoeken
Onderzoekscommissie Binnenlandse Afstand en Adoptie 1956-1984 (CBAA)
Hoofdconclusies: biolgische ouders en kinderen hadden nagenoeg geen stem of regie bij besluiten rondom afstand en adoptie. Universiteit Leiden+1
Er is aanzienlijke schade aangericht: psychisch, sociaal, emotioneel. Het rapport beschrijft dat het onrecht “van iedere pagina spat”. NRC+1
Aanbevelingen: onder meer erkenning van het leed; ondersteuning aan getroffen moeders; hulp aan afstandskinderen bij het verkrijgen van informatie over afkomst; opname van dit onderwerp in onderwijs (Canon van Nederland) zodat toekomstige generaties ervan leren. Universiteit Leiden+2NH Nieuws+2
Commissie-Joustra (interlandelijke adoptie)
Dit onderzoek richt zich niet primair op de binnenlandse afstand / adoptie van baby’s van ongehuwde moeders, maar op adopties vanuit het buitenland en misstanden in die adoptiecultuur. Nos+1
De commissie adviseert ook kritisch te kijken naar draagmoederschap en andere moderne gezinsvormen, vanwege parallellen in de machtsverhoudingen, informatieverschillen, en financiële en institutionele druk. noordhollandsdagblad.nl
Politieke maatregelen en debatten
Erkenning door de Tweede Kamer
Op 8 april 2025 heeft de Tweede Kamer unaniem een motie aangenomen waarin erkend wordt dat er historisch onrecht is gedaan aan ongehuwde moeders (“afstandmoeders”) en afgestane kinderen in de periode 1956-1984. RD.nl+3NRC+3fiom.nl+3
De motie noemt dat moeders vaak onder druk hun kind moesten afstaan, dat zij geen reële keuzevrijheid hadden, en dat het leed doorwerkt. RD.nl+2NRC+2
Meldpunt & participatie van betrokkenen
Er was eerder een aanmeldpunt waar moeders en kinderen hun verhalen konden doen, maar dit beviel niet voor iedereen – er ontstond wantrouwen over hoe verhalen werden verzameld, anonimiteit, betrokkenheid etc. Het onderzoek werd opnieuw ingericht met onafhankelijke commissie. Rijksoverheid+1
Juridische stappen
Enkele afstandsmoeders (bijv. Trudy Scheele-Gertsen) voeren rechtszaken tegen de staat, met als doel erkenning, schadevergoeding, of in elk geval vaststelling van aansprakelijkheid. NRC+1
Een belangrijk struikelblok is ‘verjaring’ — het feit dat veel jaren zijn verstreken, waardoor veel claims juridisch niet ontvankelijk zijn. De staat beroept zich vaak op de regels van toen, en op het feit dat het niet bewezen kan worden dat bepaalde procedures of beslissingen formeel in strijd met de wet waren. NRC
Reacties van belangenorganisaties
Organisaties zoals Bureau Clara Wichmann, Stichting De Nederlandse Afstandsmoeder, Verleden in Zicht, etc., zijn actief in het aandragen van deze verhalen, lobbyen voor erkenning, juridische toegang en herstelmaatregelen. RD.nl+2Bureau Clara Wichmann+2
Zij benadrukken dat erkenning alleen zinvol is als er ook praktische herstelmaatregelen komen: toegang tot dossiers, psychosociale hulp, erkenning in onderwijs, publieke excuses mogelijk. NH Nieuws+2Universiteit Leiden+2
Waar men nog niet is, en waarom verantwoordelijkheid (gedeeltelijk) ontweken wordt
Geen volledige excuses (nog)
Tot nu toe zijn er vooral moties en beleidsvoorstellen; formele officiële excuses van de staat zijn nog niet tot stand gekomen (of zijn afhankelijk van het rapport en de politieke uitkomsten). NRC+1
Excuses zijn in publieke debatten genoemd, maar er is zorg dat dit “leeg” wordt als er geen concrete maatregelen op volgen. NRC
Schadevergoeding is onzeker
Juridische claims lopen, maar verjaring en bewijslast vormen grote obstakels. Veel moeders en afgestane kinderen zijn op leeftijd; hun verhalen zijn deels versnipperd of niet gedocumenteerd. NRC+1
De staat heeft tot nu toe geen grootschalige schadevergoedingsregeling aangekondigd specifiek voor afstandsmoeders / afgestane kinderen. De focus is sterker op erkenning en herstel dan op financiële compensatie (voor zover publieke bronnen nu aangeven).
Rol van de kerk niet expliciet juridisch aangesproken
Terwijl in verhalen van moeders vaak de kerk genoemd wordt als een machtige actor, is juridisch/beleidstechnisch de staat in beeld als degene met (of met deel van) de verantwoordelijkheid. De kerk is zelden onderwerp van formele aansprakelijkheid in politieke of juridische debatten, al wordt haar rol in het rapport Schade door Schande wel beschreven. Universiteit Leiden+1
Mogelijk omdat kerkelijke instellingen vaak van vóór of buiten de directe staatsstructuren lagen, en omdat wetgeving en beleid (en tucht) destijds minder duidelijk regels hadden over wat precies “onder druk” of “dwang” betekende, of welke rechten moeders hadden.
Tijdsverloop / verjaring
Veel schadezaken worden juridisch afgewezen wegens verjaring. De staat beroept zich erop dat, volgens de wetgeving van toen, bepaalde handelingen niet als onrechtmatig werden beschouwd, of dat bewijs ontbreekt. NRC+1
Dit maakt het moeilijk om daadwerkelijke vergoedingen af te dwingen, zelfs wanneer moreel of historisch het onrecht helder is.
Politieke wil versus uitvoering
Er is erkenning in moties, beloften om herstelmaatregelen te overwegen, maar de concrete invulling – wie het geld betaalt, wie verantwoordelijk is voor nazorg, wie de archieven opent, wie publieke excuses biedt – moet nog gebeuren. NRC+2NH Nieuws+2
Sommige betrokkenen geven aan dat de staat “loopt achter” vergeleken met andere landen die al verder zijn met herstel (formeel excuus, vergoedingen). NRC
Lessen en implicaties
Erkenning is een eerste stap: zonder erkend leed blijven verhalen gemarginaliseerd. De motie van april 2025 en het rapport zorgen ervoor dat de pijn en het onrecht niet meer genegeerd kunnen worden in landelijke beleids- en publieke discursen.
Transparantie en dossiertoegang zijn cruciaal: om historisch onderzoek te doen, om persoonlijke geschiedenissen te begrijpen, en voor slachtoffers om hun verhaal te reconstrueren.
Noodzaak van herstelmaatregelen: hulpverlening, informatievoorziening, maatschappelijke erkenning (in schoolboeken, canon), mentale gezondheidszorg, sociale steun – niet alleen institutionele excuses.
Juridische hervormingen: mogelijk moet de wet (of interpretatie daarvan) aangepast worden rond verjaring, bewijsvereisten, mensenrechten – om gerechtigheid – ook financieel – haalbaar te maken.
Rol van de kerk: het rapport erkent dat kerkelijke instellingen deel waren van de machinerie van druk en moreel oordeel. Voor volledige verantwoording en heling zal ook gekeken moeten worden naar hun rol — al is juridische aansprakelijkheid moeilijker te bewijzen en waarschijnlijk politiek en institutioneel beladen.
Veel schadezaken worden juridisch afgewezen wegens verjaring. De staat beroept zich erop dat, volgens de wetgeving van toen, bepaalde handelingen niet als onrechtmatig werden beschouwd, of dat bewijs ontbreekt. Hoe kan het dan dat de slavernij niet verjaard bleek en de overheid daar wel excuses voor heeft aangeboden, net zoals men excuses aanbood voor de genocide door het Nederlandse leger in Rawagede (Indie), terwijl ook dit lang geleden is?
Goede vraag. Je wijst precies op een fundamenteel spanningsveld: in sommige kwesties zegt de overheid “te laat, verjaard”, terwijl in andere gevallen alsnog excuses of erkenning volgen, ondanks dat de gebeurtenissen eeuwen of decennia geleden plaatsvonden.
Het verschil zit in een paar juridische én politieke lagen:
1. Juridisch verschil: aansprakelijkheid vs. excuses
Slavernij en Rawagede:
Hier gaat het niet om individuele schadeclaims van slachtoffers (want die zijn vaak overleden), maar om collectieve erkenning van historisch onrecht.
Een excuus kan de staat maken zonder dat er automatisch juridische aansprakelijkheid of schadevergoedingsplicht ontstaat. Het is dus een politiek-mmorele daad, geen juridische verplichting.
Afstandsmoeders en afgestane kinderen:
Hier gaat het vaak wél om individuele claims (moeders die zeggen: “mij is onrecht aangedaan, ik wil erkenning én schadevergoeding”).
Zodra de staat aansprakelijkheid zou erkennen, zou dat kunnen leiden tot grote aantallen claims en financiële compensatie. Dan beroept de staat zich sneller op juridische verjaring en “regels van toen”.
2. Internationaal recht en misdaden tegen de menselijkheid
Slavernij en ook oorlogsmisdaden (zoals in Rawagede) vallen in het internationaal recht in de categorie misdrijven tegen de menselijkheid of oorlogsmisdaden.
Voor zulke misdrijven geldt in internationaal recht: geen verjaring.
Nederland erkent dat achteraf (ook al waren de juridische kaders destijds anders), en voelt zich daardoor moreel en internationaal verplicht om excuses te maken.
Gedwongen afstand/adoptie is in Nederland (nog) niet juridisch aangemerkt als “misdrijf tegen de menselijkheid”.
Het wordt gezien als sociaal beleid dat toen “legitiem” was, hoe schrijnend ook.
Daarom beroept de staat zich op het kader van de toenmalige wet en cultuur, en zegt: “wat toen mocht, kan ik nu niet juridisch fout verklaren.”
3. Politieke dynamiek
Slavernij en Rawagede zijn onderwerpen die sterk leven in het publieke debat, mede door internationale druk (bijv. Caribische eilanden, Indonesië, VN).
Excuses daar zijn ook een manier voor Nederland om zijn internationale reputatie als rechtsstaat en als postkoloniaal verantwoordelijk land te bevestigen.
Bij afstandsmoeders is er (nog) minder internationale druk. Het speelt “slechts” in Nederland zelf, waardoor de overheid minder politieke urgentie voelt.
4. Bewijs en archieven
In Rawagede was er uitgebreid bewijs (militaire archieven, getuigenissen, namen van daders).
Bij afstand en adoptie is bewijs vaak versnipperd of vernietigd; veel dossiers zijn incompleet of niet toegankelijk. Daardoor kan de staat zich makkelijker beroepen op “gebrek aan harde bewijzen”.
5. Angst voor precedentwerking
Bij slavernij koos men voor excuses, maar er werd heel zorgvuldig gezegd: dit schept geen juridische aansprakelijkheid of schadevergoeding.
Bij Rawagede zijn wél schadevergoedingen betaald, maar dat was relatief beperkt in schaal (een paar honderd nabestaanden).
Bij afstandsmoeders en kinderen gaat het om mogelijk tienduizenden mensen. Hier vreest de staat dat officiële excuses met erkenning van schuld zouden leiden tot een enorme golf aan schadeclaims.
Samengevat
Slavernij & Rawagede: erkend als misdaden tegen de menselijkheid / oorlogsmisdaden → geen verjaring in internationaal recht → excuses mogelijk zonder massale claims.
Afstandsmoeders & kinderen: beschouwd als binnenlands beleid binnen de toenmalige wet → verjaring en “regels van toen” → staat ontwijkt erkenning uit angst voor juridische aansprakelijkheid en grootschalige compensatie.
De verschillen
Wil je dat ik dit in een schema zet waarin je de drie casussen (slavernij, Rawagede, afstandsmoeders) naast elkaar kunt vergelijken op juridisch kader, bewijs, internationale druk en politieke wil? Dat maakt de verschillen heel concreet zichtbaar.
Hier is een schema dat de drie casussen naast elkaar zet, zodat je duidelijk ziet waarom de staat in het ene geval wel excuses maakt en in het andere vooral naar verjaring grijpt:
Wordt internationaal erkend als misdrijf tegen de menselijkheid. Voor zulke misdrijven geldt geen verjaring.
Erkend als oorlogsmisdrijf. Oorlogsmisdaden verjaren niet in internationaal recht.
Wordt niet erkend als misdrijf tegen de menselijkheid, maar gezien als destijds “legitiem sociaal beleid” binnen Nederlandse wetgeving. Verjaring wordt daarom ingeroepen.
Bewijs
Overvloedig historisch bewijs: archieven, scheepsjournalen, internationale studies.
Zeer concreet bewijs: militaire orders, getuigen, archieven, specifieke slachtoffers.
Bewijs vaak incompleet of vernietigd. Dossiers ontoegankelijk, verhalen gefragmenteerd, waardoor staat zegt: “niet hard te bewijzen.”
Slachtoffers
Zeer groot, maar grotendeels overleden. Focus ligt op nageslacht en collectieve erkenning.
Nabestaanden konden nog claims indienen en kregen beperkte schadevergoeding.
Veel slachtoffers (moeders en kinderen) leven nog en doen individuele claims → direct risico op massale schadevergoedingen.
Internationale druk
Grote internationale druk, o.a. Caribisch gebied, Suriname, Afrikaanse diaspora, VN.
Druk vanuit Indonesië en internationale media → reputatieschade voor Nederland.
Nauwelijks internationale druk, speelt vooral nationaal. Daardoor minder externe dwang tot excuses.
Politieke afweging
Excuses leveren reputatiewinst en zijn relatief “veilig” (geen automatische schadeclaims).
Excuses + beperkte schadevergoedingen waren politiek haalbaar, afgebakend in schaal.
Excuses zouden vrijwel zeker leiden tot grote aantallen schadeclaims en financiële consequenties → staat kiest voor verjaring en terughoudendheid.
Status nu
In 2022 bood de Nederlandse regering officiële excuses aan voor het slavernijverleden.
Excuses aangeboden; beperkte schadevergoedingen uitgekeerd aan nabestaanden.
In 2025 wel erkenning van leed in de Kamer en onderzoeksrapport, maar (nog) geen officiële excuses of compensatieregeling.
👉 Het grote verschil:
Slavernij en Rawagede → internationaal erkend als misdaden zonder verjaring. Excuses zijn politiek en moreel wenselijk en financieel beheersbaar.
Afstandsmoeders → niet juridisch aangemerkt als misdrijf tegen de menselijkheid; slachtoffers leven nog en vragen individuele compensatie → de staat beroept zich op verjaring en “toenmalige wetgeving” om claims af te weren.
Wil je dat ik ook uiteenzet wat er juridisch nodig zou zijn om de afstandspraktijken tóch als misdrijf tegen de menselijkheid te (her)kwalificeren, zodat het niet meer verjaard is?
Herkwalificatie
Uiteenzetting van wat er juridisch nodig zou zijn om de afstandspraktijken (1956–1984) te herkwalificeren als een misdrijf tegen de menselijkheid (of soortgelijke categorie), zodat ze niet langer verjaard zouden zijn.
1. Wat zijn misdrijven tegen de menselijkheid?
Volgens internationaal recht (bv. Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof) gaat het om:
Systematische of grootschalige aanvallen gericht tegen een burgerbevolking.
Onder leiding of met medeweten van de staat of andere organisaties.
Voorbeelden: slavernij, marteling, vervolging op grond van geslacht of afkomst, gedwongen verdwijningen, en gedwongen overbrenging van kinderen.
⚖️ Belangrijk: Voor dit soort misdrijven geldt geen verjaring.
2. Relevante aanknopingspunten voor afstandspraktijken
Gedwongen scheiding van moeder en kind: in het internationaal recht wordt “gedwongen overbrenging van kinderen” (bijvoorbeeld uit etnische of sociale groepen) genoemd als misdrijf tegen de menselijkheid.
Systematisch karakter: het ging niet om incidenten, maar om een breed maatschappelijk systeem, waarin staat, kerk en zorginstellingen samenwerkten.
Machtsmisbruik en gebrek aan instemming: moeders werden structureel onder druk gezet, vaak in omstandigheden waar reële toestemming onmogelijk was.
Discriminatie: ongehuwde moeders werden gestigmatiseerd en behandeld als tweederangs burgers.
Dit biedt een basis om te zeggen dat er sprake was van structurele mensenrechtenschendingen.
3. Obstakels
Geen expliciete internationale kwalificatie: De verdragen waarin deze misdrijven omschreven zijn (zoals het Statuut van Rome, 1998) golden nog niet in de jaren 1950–1980. Juridisch zegt de staat: we kunnen geen hedendaagse maatstaven retroactief opleggen.
Nationale wetgeving toen: In de Nederlandse wet was de afstand en adoptie procedure formeel “legaal”, ook al was de uitvoering vaak dubieus.
Bewijslast: Voor erkenning als misdrijf tegen de menselijkheid moet systematisch bewijs geleverd worden van dwang en structurele inmenging van de staat. Archieven zijn vaak incompleet of vernietigd.
4. Mogelijke routes om tóch herkwalificatie te bereiken
Parlementaire erkenning
De Tweede Kamer kan expliciet verklaren dat de gedwongen afstand van kinderen beschouwd moet worden als een ernstige mensenrechtenschending en in lijn met de criteria van misdrijven tegen de menselijkheid.
Dit hoeft niet per se een juridisch oordeel te zijn, maar geeft wel politieke en morele status aan de erkenning.
EVRM en mensenrechtenargumentatie
Via het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EVRM) kan worden betoogd dat het ging om structurele schendingen van het recht op privé- en gezinsleven (artikel 8 EVRM).
Het Hof erkent soms dat ook “oude” schendingen niet verjaard zijn als het gaat om structurele of voortdurende gevolgen (bijv. bij gedwongen adopties in andere landen).
Herinterpretatie door nationale rechter
Nederlandse rechters zouden kunnen oordelen dat de verjaringstermijnen niet van toepassing zijn omdat het hier gaat om ernstige schendingen van fundamentele rechten.
Er zijn precedenten waarin rechtbanken zeiden: verjaring mag geen blokkade zijn bij grove mensenrechtenschendingen (bijv. in oorlogsmisdrijven).
Internationale druk en vergelijking
In landen als Ierland en Australië zijn vergelijkbare praktijken (de Magdalene Laundries, de Stolen Generations) erkend als grove mensenrechtenschendingen, met officiële excuses en soms compensatie.
Door internationale druk en vergelijking kan Nederland richting herkwalificatie worden geduwd.
5. Wat dit concreet zou betekenen
Geen verjaring meer → slachtoffers kunnen alsnog rechtszaken voeren zonder dat de staat zich achter tijdsverloop verschuilt.
Morele en politieke druk op de kerk en de staat om excuses te maken en herstelmaatregelen te treffen.
Mogelijkheid tot compensatie: net als bij Rawagede kan een schadefonds of collectieve regeling in plaats van massale individuele claims worden opgezet.
👉 Samengevat: Om gedwongen afstand als misdrijf tegen de menselijkheid te erkennen, zou de kern zijn: aantonen dat het systematisch beleid was, dat staat en kerk samenwerkten en dat fundamentele mensenrechten geschonden zijn. Juridisch blijft retroactiviteit een probleem, maar politiek en moreel kan de Tweede Kamer wél kiezen voor erkenning in deze categorie – waarmee de deur naar excuses en herstel open zou gaan.
Buitenland
Vergelijking met Ierland en Australië, waar vergelijkbare praktijken hebben plaatsgevonden en inmiddels formeel zijn erkend als grove mensenrechtenschendingen. Dat helpt laten zien welke stappen Nederland nog niet heeft gezet.
Ierland – Magdalene Laundries & Mother and Baby Homes
Context
Ongehuwde moeders werden in katholieke instellingen opgesloten.
Baby’s werden vaak zonder instemming van de moeder afgestaan of naar het buitenland geadopteerd.
De kerk had een dominante rol, de staat keek grotendeels weg.
Erkenning
In 2013 bood de Ierse premier Enda Kenny officiële excuses aan de vrouwen van de Magdalene Laundries.
In 2021 bood de regering excuses aan alle overlevenden van de Mother and Baby Homes, na een groot onderzoeksrapport.
Herstelmaatregelen
Een schadefonds werd opgericht, met compensatie afhankelijk van duur van verblijf en geleden schade.
Overlevenden kregen toegang tot hun dossiers.
Er kwamen publieke gedenkplaatsen en onderwijsprogramma’s.
Australië – Stolen Generations
Context
Aboriginal en Torres Strait Islander kinderen werden tot in de jaren 1970 systematisch bij hun ouders weggehaald en in pleeggezinnen of instellingen geplaatst.
Officieel beleid om “inheemse kinderen te assimileren”.
Erkenning
In 2008 bood premier Kevin Rudd namens de Australische regering excuses aan voor deze praktijk.
Er werd erkend dat dit beleid ernstig trauma en intergenerationele schade had veroorzaakt.
Herstelmaatregelen
Oprichting van “healing foundations” om de gemeenschappen te ondersteunen.
Erkenning in nationale herdenkingsdagen.
Gedeeltelijke compensatieregelingen, afhankelijk van deelstaat.
Nederland – Afstandsmoeders en kinderen (1956–1984)
Context
Ongehuwde moeders stonden onder grote sociale en religieuze druk om hun baby af te staan.
Kerk en staat faciliteerden dit systeem.
Vaak zonder reële toestemming of alternatief.
Status nu (2025)
Rapport Schade door Schande bevestigt structureel onrecht.
Tweede Kamer heeft leed erkend (april 2025).
Nog géén officiële excuses.
Nog géén schadefonds of structurele compensatie.
Nog beperkte toegang tot dossiers (archieven versnipperd).
Vergelijking in één oogopslag
Land
Praktijk
Erkenning
Excuses
Compensatie/Herstel
Ierland
Mother and Baby Homes / Magdalene Laundries
Groot onderzoeksrapport, publiek debat
Ja (2013, 2021)
Schadefonds, dossierinzage, gedenkplaatsen
Australië
Stolen Generations (inheemse kinderen weggenomen)
Nationaal onderzoek (Bringing Them Home, 1997)
Ja (2008)
Healing foundations, compensatieregelingen
Nederland
Gedwongen afstand baby’s (1956–1984)
Onderzoeksrapport Schade door Schande (2025)
Nog niet
Geen fonds, geen structurele compensatie, beperkte archieftoegang
Conclusie
Ierland en Australië hebben dezelfde weg doorlopen: onderzoek → publieke erkenning → excuses → herstelmaatregelen.
Nederland zit nog halverwege: wel onderzoek en politieke erkenning, maar geen officiële excuses of compensatie.
Het verschil is dat Ierland en Australië deze praktijken expliciet hebben benoemd als grove mensenrechtenschendingen, terwijl Nederland het nog vooral ziet als “onrechtmatig sociaal beleid”, en dus terughoudend blijft met de juridische en financiële consequenties.
Stappenplan
Hier is een concreet stappenplan dat Nederland kan overnemen van Ierland en Australië om recht te doen aan afstandsmoeders en afgestane kinderen:
1. Formele excuses van de staat
Net als Ierland en Australië: een publiek excuus van de minister-president namens de regering.
Kern: erkennen dat moeders vaak onder druk of dwang hun kind afstonden, en dat de staat én kerk hierin structureel tekortschoten.
Belangrijk om dit niet te beperken tot “een fout van de tijdgeest”, maar te benoemen als systematische mensenrechtenschending.
2. Compensatieregeling / schadefonds
Naar Iers voorbeeld: een fonds waar afstandsmoeders en kinderen een vergoeding kunnen aanvragen.
Geen eindeloze rechtszaken, maar een laagdrempelige procedure, gebaseerd op verhaal en aannemelijkheid.
Schalen mogelijk op basis van de omstandigheden (bijv. duur van verblijf in tehuizen, mate van dwang).
Fonds kan ook psychosociale hulp vergoeden.
3. Toegang tot archieven
Zoals in Ierland en Australië: volledige inzage in dossiers voor moeders en kinderen.
Archieven van overheid, kerk en instellingen moeten worden geopend.
Waar dossiers vernietigd of incompleet zijn, moet een verklaring van gemis worden verstrekt: officiële erkenning dat informatie bewust of nalatig verloren is gegaan.
4. Herstelmaatregelen in de samenleving
Onderwijs & canon: opnemen van dit verhaal in de Canon van Nederland, schoolboeken en publieke educatie (zoals in Ierland met “Mother and Baby Homes”).
Herdenkingen: nationale dag van erkenning, monumenten of gedenkplaatsen voor moeders en kinderen.
Healing programma’s: financiële steun voor lotgenotengroepen en initiatieven die verbinding en verwerking ondersteunen.
5. Betrekken van de kerk
Ierland verplichtte religieuze congregaties mee te betalen aan het schadefonds.
Nederland kan iets vergelijkbaars doen: katholieke en protestantse instellingen die actief bijdroegen aan dwang, dragen mede verantwoordelijkheid en kunnen financieel en moreel bijdragen.
6. Juridische hervorming
Onderzoeken of verjaringstermijnen voor grove mensenrechtenschendingen onvoldoende bescherming bieden.
Mogelijk aanpassen van de wet, zodat ernstige sociale misstanden (zoals dwangadopties) buiten verjaring vallen.
Dit kan toekomstig beleid beter beschermen, vergelijkbaar met hoe oorlogsmisdaden en slavernij als onverjaarbaar gelden.
7. Internationale samenwerking
Aansluiten bij landen die vergelijkbare erkenningen hebben gedaan (Ierland, Australië, Canada).
Uitwisseling van best practices voor herstel, educatie en compensatie.
Geeft ook internationale legitimiteit aan de Nederlandse aanpak.
Samenvatting
Nederland kan leren van Ierland en Australië dat erkenning pas geloofwaardig is als het gevolgd wordt door actie. Een passend stappenplan is:
Officiële excuses door de regering.
Schadefonds voor moeders en kinderen.
Volledige archieftoegang.
Onderwijs, herdenkingen, healing-programma’s.
Kerk laten bijdragen.
Hervorming verjaring in mensenrechtenzaken.
Internationale samenwerking en spiegeling.
Concept-toespraak
Hier is een concept-toespraak zoals een Nederlandse minister-president die zou kunnen uitspreken bij het aanbieden van excuses aan de afstandsmoeders en hun kinderen:
Geachte aanwezigen, geachte moeders, kinderen, families, dames en heren,
Vandaag staan wij hier samen in het besef van een pijnlijk en te lang verzwegen verleden. Tussen 1956 en 1984 werden in ons land duizenden ongehuwde vrouwen onder druk gezet, vernederd, en gedwongen afstand te doen van hun kinderen. Kinderen die werden weggenomen, moeders die achterbleven in stil verdriet, vaak zonder enig recht op keuze of zeggenschap.
De Nederlandse staat keek weg. Sterker nog: de overheid werkte mee. De kerk en andere instellingen droegen bij aan een klimaat waarin ongehuwde moeders werden weggezet als schande, en waarin hun kinderen werden bestempeld als ongewenst. Het systeem van gedwongen afstand heeft diepe wonden geslagen – wonden die velen van u tot op de dag van vandaag met zich meedragen.
Vandaag zegt de Nederlandse regering: het spijt ons. Wij erkennen het immense onrecht dat u is aangedaan. Wij erkennen het leed dat generaties moeders en kinderen hebben gedragen – vaak in stilte, vaak onzichtbaar, maar altijd zwaar. Wij bieden u onze diepe en welgemeende excuses aan.
Excuses alleen zijn niet genoeg. Daarom zal de regering zorgen voor:
Een schadefonds, zodat moeders en kinderen erkenning krijgen zonder eindeloze rechtszaken.
Volledige inzage in archieven, zodat ieder die dat wil zijn of haar geschiedenis kan kennen.
Onderwijs en herdenking, zodat dit verhaal wordt verteld en nooit meer vergeten.
Steun aan initiatieven van lotgenoten, om heling en verbondenheid mogelijk te maken. En wij zullen in gesprek gaan met de kerken en instellingen die destijds betrokken waren, want ook zij dragen verantwoordelijkheid.
Dames en heren, Het verleden kunnen wij niet ongedaan maken. Maar we kunnen ervoor kiezen het niet langer te ontkennen. We kunnen erkennen, luisteren, en herstellen waar mogelijk.
Aan de moeders die hun kind verloren en vaak hun stem verloren: u bent gezien. Aan de kinderen die hun afkomst werd ontnomen: u bent gehoord. Aan alle families die gebroken werden: u bent niet vergeten.
Vandaag buigen wij ons hoofd in schaamte, en reiken wij u de hand in erkenning en in verbondenheid.
Om deze pagina te kunnen zien moet je eerst zijn ingelogd. Deze pagina is uitsluitend toegankelijk voor leden. Om verder te gaan moet je je geregistreerd hebben voor deze website.
Als je je al eens eerder geregistreerd hebt log dan in via de pagina Inloggen. Het is NIET MOGELIJK om in te loggen met Facebook- of inloggegevens van andere websites. Let op! Als je driemaal foutief inlogt dan wordt je aanmelding tijdelijk geblokkeerd. Je kunt het dan een dag later opnieuw proberen.
Na het verschijnen van de Rapport Binnenlandse Afstand en Adoptie en het Rapport Erkenningsmaatregelen rijst de vraag over hoe nu verder.
Na de rechterlijke uitspraak dat het allemaal is verjaard (mbt de zaak van afstandsmoeder Trudy Scheele) en de overheid niet aansprakelijk is, geeft het de overheid de luxe positie om simpelweg achterover te gaan leunen en helemaal niets te doen. Ze zijn tenslotte niet aansprakelijk. En De Winter heeft geen aanbevelingen gedaan. Da’s makkelijk. Dus alles wat de overheid gaat doen, zal men trachten uit te leggen als een gunst. Puur uit “medeleven”. Dus als er überhaupt iets gaat gebeuren, dan mogen we onze handjes dichtknijpen. Ook de kerk heeft zijn handen er vanaf getrokken en doet al jaren of zijn neus bloedt.
Ik heb ooit een vergelijking gemaakt tussen de daders van gedwongen afstand en de daders van de Tweede Wereldoorlog. Ik vertelde dit de FIOM met het idee dat een organisatie als FIOM er destijds mede voor heeft gezorgd dat wij van onze moeders werden gescheiden (dader) en wij anno nu aangewezen zijn op diezelfde dader die als specialist ons van informatie kan voorzien m.b.t. ons verleden. Ik denk dan met name aan de Kapo’s, de kampbewaarders uit de concentratiekampen, die nu als vertrouwenspersoon werkzaam zijn. Want ja, tenslotte weten ze wel waar ze over praten. Hetzelfde geldt voor de RvdK. Ze zijn de specialist. Maar ja, het is verjaard, he? Overheid blij, wij: not so much.
Excuses, schadevergoeding aanbieden voor iets waar je, aldus de rechter, “niet voor aansprakelijk bent”? Ik verwacht inmiddels niets meer van de overheid, de FIOM, de Raad voor de Kinderbescherming, de Katholieke kerk, de gemeenten en alle andere instanties die er verder allemaal bij betrokken waren, maar niet aansprakelijk (meer) zijn.
Het heeft ons decennia gekost om ons trauma te verwerken en velen voelen nog dagelijks de pijn. Eindelijk zijn we zover dat we het durven bespreken met anderen, terwijl velen van ons nog in hun schulp van schaamte zitten en het definitief hebben weggestopt uit hun geheugen. Het is dan bitter om te moeten horen dat het is verjaard. Daarmee moeten we het dan maar doen. Het onrecht dat ons bewust is aangedaan door derden. Slik maar door die bittere pil, want er is niemand die zich hiervoor verantwoordelijk voelt. Ze wijzen allemaal naar de ander en dan ben je plotseling gewoon te laat. Had je maar eerder aan de bel moeten trekken! Terwijl we nog midden in ons trauma en verdriet zaten en nog helemaal niet aan gerechtigheid dachten. Laat staan excuses of compensatie.
Ik zie het niet gebeuren dat er iets gaat verbeteren als wij geen vuist maken. En vooral dat laatste is in mijn optiek een groot probleem. Zolang wij allen, vanuit ons eigen trauma, begrijpelijkerwijs gefocust blijven op ons eigen trauma en verlies in plaats van ons gezamenlijke belang, dan gaan we het niet redden. Ons gezamenlijke belang dat we met één stem krachtig moeten laten horen naar de overheid èn de kerk. Alle belangenbehartigers en zoveel mogelijk betrokkenen tezamen met één stem.
Ik heb het al vaker gezegd, met tienduizenden betrokkenen en familieleden demonstreren op het Malieveld in Den Haag. Maar het is geen sinecure om die eensgezindheid voor elkaar te krijgen. De interlandelijken hebben ook al eens een poging gedaan en toen kwamen er slechts enkele tientallen opdagen. Daar maak je geen vuist mee. Zie maar eens tienduizend 55+-ers met familieleden naar het Malieveld te krijgen.
Hoe nu verder? Ik denk dat wij zoveel als mogelijk de publiciteit moeten zoeken met onze ervaringen, misstanden en alles wat we maar te vertellen hebben.
Het rapport van de Commissie Binnenlandse Afstand en Adoptie o.l.v. Micha de Winter
Een eerste indruk
Na het zien van de uitzending van het programma Nieuwsuur van de NPO naar aanleiding van de publicatie van het rapport en nog zonder het rapport gelezen te hebben, ben ik verbijsterd over de reactie van Micha de Winter. Het gesprek begint vanaf minuut 32:28.
De Winter wordt gevraagd waarom er geen concrete aanbeveling ten gunste van de betrokkenen in de eindconclusie staat en De Winter begint over opname van deze geschiedenis in de Canon van Nederland en over voorlichting over het gebruik van het condoom aan jongeren. Het toevoegen aan de Canon is een idee dat ik na de start van de Commissie als bijzaak heb geopperd, gezien het belang van deze historie die niet vergeten mag worden. Maar het is een bijzaak en geen doel op zich.
Dit onderzoek gaat niet over het belang van de huidige generatie jongeren, educatie is een vervolgstap, maar om de generaties die dit leed is aangedaan in de vorige eeuw. Jeroen Wollaars gaf dit specifiek aan, maar De Winter blijft terugkomen op deze bijzaak die volstrekt geen prioriteit heeft voor de betrokkenen. Alsof De Winter de kern van het onderzoek volledig uit het oog heeft verloren. Ik was verbijsterd. Ook Jeroen Wollaars was met stomheid geslagen en brak het gesprek om wille van de tijd noodgedwongen af.
Het gaat erom dat geïdentificeerd wordt wie de verantwoordelijken waren en dat deze instanties hun verantwoordelijkheid nemen en rechtzetten wat zij zelf hebben ontwricht.
Het rapport
Mijn eerste indruk van het rapport is dat het zorgvuldig is samengesteld en een gedetailleerde historische weergave geeft van de maatschappelijke ontwikkelingen. Er zijn echter ook een aantal belangrijke zaken die naar mijn idee ontbreken.
De rol van de kerk en met name de religieuze invloed ervan. Ik mis een onderbouwing van het christelijke dogma dat het huwelijk en dus het getrouwde gezin, de hoeksteen is van de samenleving. Dit beeld, deze visie is het christelijke fundament dat de basis vormt van het beeld dat ongehuwde moeders, bij wijze van spreken, het daglicht niet waard waren. Met alle stigma’s, uitsluiting, discriminatie en trauma’s tot gevolg. Dit religieuze dogma is in mijn optiek de oorzaak van alle ellende die ons is overkomen.
Ik begrijp dat de commissie tot doel had om een neutrale historische inventarisatie te geven van onze geschiedenis en niet zozeer welke organisaties/instanties de gedwongen scheiding van moeder en kind mogelijk maakten. Ik mis dan ook een gedetailleerd overzicht van de betrokken instanties en de rol die zij destijds vervulden. Het ontbreken hiervan benadrukt de neutraliteit van de commissie, maar is niet in het belang van de betrokkenen.
Het zal ongetwijfeld een bewuste keuze zijn geweest van de commissie om de belangen van de betrokkenen buiten beschouwing te laten, omdat dat geen onderdeel uitmaakte van de opdracht tot dit onderzoek.
Vanuit het hiervoor genoemde perspectief mis ik dan ook piëteit en empathie voor de betrokkenen. Geen enkel punt uit de lijst met, vaak door betrokkenen genoemde, zaken die voor ons van belang zijn heeft de commissie aanbevolen in dit rapport. Dit rapport heeft de historie beschreven van de generatie van toen en komt met geen enkele aanbeveling om het leed voor deze generatie te verzachten. De commissie legt hierdoor bewust het initiatief bij de minister; zo van doe ermee wat je wilt, of niet.
Wel komt de commissie met een advies voor de huidige generatie jongeren, dat er betere seksuele voorlichting moet komen en dat deze geschiedenis moet worden opgenomen in de Canon van Nederland. Da’s leuk, maar wat hebben wij, de betrokkenen die dit leed moeten dragen tot onze dood, daar nu aan? Het laat zien dat ondanks onze feedback, onze verhalen, onze pijn en verdriet, die wij allen hebben bijgedragen aan dit onderzoek, in de verwachting dat de commissie onze argumenten zou meenemen in haar advies aan de minister, geheel naast zich neer heeft gelegd.
Ik voel me dan ook bekocht en misleid. De overheid en de kerk komen er opnieuw mee weg. Geen enkele aanbeveling waar wij iets aan hebben. Opnieuw staan we in de kou. Ik heb inmiddels geen verwachting meer dat wij serieus worden genomen en dat de verantwoordelijke partijen daadwerkelijk hun verantwoording gaan nemen. Als we geluk hebben zal men een poging doen om ons leed af te kopen met een paar duizend Euro. En dan mogen we onze handen dichtknijpen, maar daarmee is ons leed, wat mij betreft, niet recht gezet.
Nederland staat internationaal gezien altijd vooraan met het vermanende vingertje om andere landen te vertellen wat ze fout doen en hoe het wel moet. Maar de overheid is niet in staat tot introspectie en om zelf het boetekleed aan te trekken. Hetzelfde geldt voor de Katholieke kerk. Schande! Ik heb er gewoon geen woorden voor.
In de loop der jaren heb ik een aantal interessante gegevens weten te verzamelen. Helaas beschik ik niet over broninformatie en kan ik de gegevens dus niet verifiëren. Maar ik vind deze informatie niettemin belangrijk genoeg om met jullie te delen, want het roept bij mij een aantal vragen op.
Cijfers
In de periode 1956 – 1984 vonden er zo’n 5000 geboorten plaats in Moederheil. In totaal, over de gehele periode, gemiddeld 178 per jaar, ofwel nog geen 15 per maand. Dit betreft alle geboorten van de reguliere kraamkliniek inclusief de “onechte” baby’s. Tevens geldt dat het hierbij ook om meerdere geboorten van een en dezelfde moeder kan gaan. Dus het aantal vrouwen is lager dan het aantal geboorten.
Het is mij vooralsnog onbekend hoeveel procent van deze 5000 geboorten ongetrouwde moeders waren. Van deze 5000 baby’s is een klein deel overleden in het kraambed. Ook is nog onbekend hoeveel van deze baby’s van ongetrouwde moeders stierven door vroegkinderlijk trauma als gevolg van een gebrek aan moederliefde en -zorg.
Sterftecijfer als gevolg van vroegkinderlijk trauma
Het overgrote deel betrof geboorten van gehuwde vrouwen. Dus voornamelijk kinderen van gehuwde vrouwen die opgroeiden bij de eigen ouders of familie. In totaal zijn er in de genoemde periode zo’n 600 kinderen vanuit Moederheil/Valkenhorst geadopteerd. Dat zijn er over de gehele periode genomen gemiddeld zo’n 21-22 per jaar, ofwel nog geen 2 per maand. De exacte aantallen varieerden per jaar. Om een idee te geven: in 1962 zijn er 24 ongehuwde moeders bevallen in Moederheil.
Als René Spitz op een sterftecijfer komt van 37,3% door vroegkinderlijk trauma, oftewel ruim een derde, dan is het des te interessanter om te weten hoeveel kinderen in dezelfde periode zijn afgestaan in Moederheil. Op basis van de cijfers van Spitz, betekent dat dat het aantal van 600 adopties grofweg het resterende (overlevende?) deel is van het totaal aantal afgestane kinderen. Dat is dus ruwweg 2/3. Voor het gemak heb ik even geen rekening gehouden met de kinderen die wel werden afgestaan, maar nooit geadopteerd, want daar heb ik geen cijfers van.
Als 600 dus 2/3 is en de percentages van Spitz vergelijkbaar zijn met die van Moederheil, dan betekent dit dat er zo’n 300 (!) kinderen in dezelfde periode òf nooit zijn geadopteerd en/of zijn overleden in Moederheil! Er zitten natuurlijk wel een aantal onzekere factoren in mijn aannames, maar al zouden het er 100 zijn, dan nog is dat een schrikbarend hoog aantal. Rijst de vraag, wat is er met deze kinderen gebeurd en waar zijn de rapporten die deze cijfers kunnen staven? En waar zijn ze begraven, want ongedoopte kinderen werden niet begraven in gewijde grond (lees de religieuze hypocrisie).
Hoe hoog was het sterftecijfer als gevolg van vroegkinderlijk trauma in heel Nederland? Ook 37,3%?
Uit de gepubliceerde onderzoeksresultaten van het Verweij-Jonker Instituut (VJI) valt op te maken dat FIOM over 2500(!) Moederheil dossiers beschikt. Dit omvat de periode van Moederheil vanaf 1956-1972. Meer informatie betreffende het VJI-onderzoek is hier te lezen.
Ik vraag me af in hoeverre zich dit verhoudt tot het totaal aantal geboorten van 5000. Het is namelijk de helft! De periode van de FIOM dossiers is minder ruim dan de periode van de 5000 geboorten, dus de kans dat het aantal toeneemt wanneer we de volledige periode bekijken (tot en met 1984) is groot. En hoe verhoudt zich dit tot het eerder genoemde aantal adopties van 600 in de periode 1956 – 1984?
Als Fiom 2500 Moederheil dossiers heeft en er waren 600 adopties in de genoemde periode, waar zijn dan de ontbrekende afgestane 1900 baby’s gebleven? Hoeveel kinderen zijn in andere instellingen, hoeveel binnen de eigen families geplaatst en hoeveel zijn ervan overleden?
Broodnodig onderzoek
Het is zo belangrijk dat hier grondig onderzoek naar gedaan wordt, zodat concrete cijfers boven komen drijven, waar gefundeerde conclusies uit getrokken kunnen worden.
In (te) veel gevallen verhinderd de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), de privacywet, volledige inzage in de persoonlijke dossiers zoals het afstands- en adoptiedossier, maar ook voogdijgegevens, rechtbankstukken, etc. Instanties zoals Fiom, Raad voor de Kinderbescherming, gemeenten en ook archieven hebben elk hun eigen interpretatie van wat wel en niet kan binnen de AVG-wetgeving. Zo geven de Fiom alsook de RvdK een gecensureerde kopie aan betrokkenen, en bij het Nationaal Archief kan men alleen het dossier inzien en weigert men om een kopie te verstrekken. Het staat zelfs niet toe dat men foto’s maakt van documenten. Alleen is toegestaan dat men delen overschrijft(!). Dat is niet erg toegankelijk, zeker als het een dik dossier betreft. Zo wordt de AVG als excuus gebruikt om informatie ontoegankelijk te maken voor de mensen die deze informatie hun leven lang al is onthouden en die voor de gemiddelde Nederlander gewoon vrij toegankelijk is. Behalve dus voor de mensen die zijn afgestaan.
Voor betrokkenen is deze willekeur onverteerbaar. En zolang dit niet is opgelost ben ik er geen voorstander van dat de dossiers worden opgeslagen bij het Nationaal Archief. Want op die manier worden onze dossiers nog minder toegankelijk dan ze al waren. Op zich is het Nationaal Archief een uitgelezen plek voor opslag van de dossiers, maar dan moeten ze wèl volledig toegankelijk, inclusief het verkrijgen van een kopie, zijn voor de mensen die het betreft.
Waarom kan een onderzoeker wèl toegang krijgen tot het volledige dossier en de persoon die er in vermeld staat nìet?
Het is bizar dat derden bepalen wat je mag lezen in een dossier dat over jezelf gaat. Je kan wel een medisch dossier opvragen van jezelf bij de huisarts, maar een ongecensureerde kopie van het afstands- en adoptiedossier is niet mogelijk.
DigiD
Ik ben er voorstander van dat men het gehele dossier ongefilterd kan inzien via DigiD. De benodigde beveiligde infrastructuur bestaat al en de archieven en instellingen kunnen daar mooi bij aansluiten. Online en gewoon in de vertrouwde omgeving thuis kan men dan de persoonlijke informatie inzien.
Ik heb hierover contact gehad met Fiom en men geeft aan dat onderzoekers alleen toegang krijgen tot gedepersonaliseerde dossiers. Fiom heeft geen plannen om zich binnen afzienbare tijd aan te sluiten bij DigiD.
Nazorg
Een ander belangrijk punt hierbij is dat een archivaris bij een archief nìet gekwalificeerd is om mensen bij te staan bij het lezen van hun dossier. Maar al te vaak is de inhoud van een dossier te heftig om dit zonder vorm van ondersteuning vrij te laten inzien. Let wel: ondersteuning, niet betutteling of bepalen wat men wel of niet te lezen krijgt. Dat is aan de betrokkene zelf om te bepalen. Maar beschikbare nazorg is hierbij van nut.
Ach ja, de kerk. Naar mate de jaren verstrijken wordt mij steeds meer duidelijk wat de rol van de kerk is geweest in de geschiedenis. Van rots in de branding voor hen die stuurloos waren tot manipulatief instituut met als doel om het plebs onder de duim te houden.
Ooit werkte ik in de Bible belt en mijn christelijke collega’s waren er vol van. Het bizarre was dat mij zelfs tijdens de sollicitatie werd gevraagd of ik gelovig was. Alsof dat een criterium is om je werk goed te kunnen doen. De indoctrinatie droop ervan af. Ik vroeg een collega of hij in God geloofde en vanzelfsprekend bevestigde hij dat. Ik vertelde hem dat ik niet gereformeerd, maar katholiek ben opgevoed en zo leerde dat God de enige ware was. Hij beaamde dat volmondig. En dat ik mij op een gegeven moment in mijn leven begon af te vragen hoe het dan zat met al die andere goden. “Welke goden?” vroeg hij. Ik vroeg hem hoe het dan kan dat andere religies met elk hun eigen god of goden en miljarden volgers er ook van overtuigd zijn dat hùn god de enige ware is. Als er maar één gelijk heeft, welke religies hebben het dan bij het verkeerde eind? En hoe kom je daar dan achter? Wie heeft er gelijk? De religie met de meeste aanhangers? Of de religie van de plek waar je wieg heeft gestaan? De verbazing op zijn gezicht sprak boekdelen. Hij was sprakeloos.
Ik was verbaasd over hoe iemand, gedurende zijn hele leven, simpelweg als kuddedier achter de menigte aan kon lopen zonder zich ooit eens af te vragen hoe het nou werkelijk in elkaar zit. Dat iemand zich nooit heeft afgevraagd of die dikke religieuze pil niet gewoon een Groot Sprookjesboek is, gebaseerd op mythes, legendes en gebeurtenissen in een regio die zich grotendeels beperkte tot het Midden-Oosten, uit een ver verleden die voor de mensen van destijds volstrekt onverklaarbaar waren en er dus wel sprake moest zijn van goddelijke interventie, want dan hoefde men zich verder niet meer af te vragen hoe of wat. Met andere woorden, zo werd de natuurlijke menselijke nieuwsgierigheid op die manier weloverwogen, berekenend en sluw de kop in gedrukt en ging men weer over tot de orde van de dag. Ook vroeg ik deze collega als God liefde is, hoe het dan kan dat er door de hele geschiedenis heen gemoord, geplunderd, verbrand, geroofd, verkracht, misbruikt en “gezuiverd” wordt in de naam van God? Want God is toch liefde? Is dit naastenliefde? Je had zijn gezicht moeten zien. Daar had ie nog nooit over nagedacht.
Ik kan het niet bevatten dat mensen dit soort praktijken tolereren en gewoon wegkijken en doen alsof er niets aan de hand is. Het ergste vind ik nog dat men niet eens overweegt om de kerk hiervoor aansprakelijk te stellen. Sterker nog, we hebben het zelfs zo ver laten komen dat de katholieke kerk een eigen autoriteit is met eigen jurisprudentie en zelfs een eigen staat vormt tussen de naties in de wereld en simpelweg haar eigen gang kan gaan. En niemand die zich hier druk over maakt. Stel je eens voor als alle andere religies dezelfde status zouden krijgen! Het gevolg hiervan is dat religie ervoor gezorgd heeft dat er wereldwijd miljoenen mensen, wellicht zelfs miljarden, slachtoffer zijn van de misstanden en praktijken die onder religieuze vlag zijn uitgevoerd. Talloze getraumatiseerden die aan hun lot worden overgelaten, omdat geen overheid, geen mens zijn of haar vingers durft te branden aan het vervolgen van dit verknipte instituut. Dus kiest men voor de weg van de minste weerstand, verzwijgt men de misstanden en laat men de getraumatiseerden maar aan hun lot over.
De schokkende misstanden die gerapporteerd werden in de diverse onderzoeken die in het recente verleden zijn uitgevoerd zijn nooit aanleiding geweest om er ook daadwerkelijk iets mee te doen en te zorgen dat dit nooit meer gebeurt in de toekomst. Niemand die verantwoording neemt en bereid is om de gevolgen te dragen van de zaken die onder hun verantwoordelijkheid hebben plaatsgevonden. Noch de kerk, noch de overheid. Ze kijken gewoon de andere kant uit en niemand die zich er nog druk over maakt. Het is toch al zolang geleden. Het is interessant om het te bestuderen en je te verbazen over het gebrek aan rechtvaardigheid en grenzeloze hypocrisie. Religies met hun Grote Sprookjesboek….
Om deze pagina te kunnen zien moet je eerst zijn ingelogd. Deze pagina is uitsluitend toegankelijk voor leden. Om verder te gaan moet je je geregistreerd hebben voor deze website.
Als je je al eens eerder geregistreerd hebt log dan in via de pagina Inloggen. Het is NIET MOGELIJK om in te loggen met Facebook- of inloggegevens van andere websites. Let op! Als je driemaal foutief inlogt dan wordt je aanmelding tijdelijk geblokkeerd. Je kunt het dan een dag later opnieuw proberen.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.