Nieuwe wind Fiom

Ik werd kortgeleden benaderd door iemand die de hulp in had geroepen van de Fiom bij het zoeken naar haar moeder, maar niet blij was met de afhandeling ervan. De Fiom heeft haar moeder opgespoord en stelde voor om haar moeder een brief/email te sturen voor het eerste contact. Zij akkoord, moeder akkoord. Tot zover alles goed.

Haar contactpersoon bij de Fiom gaf aan dat dit contact via de Fiom moet lopen en dat de Fiom inzage wil in de betreffende brief/email. Dit om eventuele “vijandigheden of haatopmerkingen” te voorkomen. Zij was hier erg over ontdaan en voelde zich zeer in haar privacy aangetast aangezien de Fiom als een soort van chaperonne zou gaan meelezen. 

Mijn standpunt in deze is dat dit een privé-zaak tussen moeder en dochter is en dat de Fiom hierin slechts een bemiddelende en geen chaperonnerende rol heeft. De wijze van contact tussen moeder en dochter, of dit nou van vriendelijke of verwijtende aard zal zijn, doet niet ter zake. Dat is privé. Daar komt bij dat het hier om twee volwassen mensen gaat die m.i. heel goed in staat zijn om hun vorm van communicatie zelf te kiezen, zonder hulp van de Fiom. 

Zij kreeg als reactie van haar contactpersoon bij de Fiom te horen dat dit de werkwijze van de Fiom is om vervelende situaties tussen beide partijen te voorkomen. “Op deze manier kan zorgvuldigheid worden geboden.  Bovendien is Fiom plichtig om deze werkwijze te hanteren vanuit het Ministerie van Justitie, omdat zij subsidie verstrekken aan Fiom onder deze voorwaarde. Op deze manier zijn wij als stichting betrouwbaar naar beide partijen en hebben wij ook toegang tot het BRP.” Aldus de contactpersoon. 

Hoewel mij dit feitelijk niet aangaat voelde ik mij geroepen om haar een helpende hand te bieden en ik bood aan om contact op te nemen met mijn kennis bij de Fiom. Ik vond dit een vorm van grensoverschrijdende bemiddeling en vooral onder het mom van zorgvuldigheid en betrouwbaarheid. Het gaf mij precies een tegenovergesteld gevoel.
Ik gaf aan dat deze vorm van betutteling anno 2022 echt niet meer kan en dat het het een behoorlijke inbreuk is op haar toch al gekwetste persoonlijkheid en privacy. Gezien de omstandigheden waar ze als gedwongen afstandskind in beland is, mede door de rol van Fiom van destijds, heeft ze m.i. toch wel enig recht om boos te zijn. Ook al is ze dat niet.

Mijn kennis bij de Fiom was het volledig met mij eens en besprak het met haar leidinggevende. Ook zij was het hier volledig mee eens. Haar reactie was duidelijk:

Ik kon haar vertellen dat ik het ronduit een niet passende en bevoogdende houding vind. Wij kunnen meelezen en adviseren, maar wanneer dit niet op prijs wordt gesteld door de zoeker, dan respecteren we dat en gaan we ons niet opdringen. Ik vind het werkelijk pijnlijk dat er de opvatting is dat wij gerechtigd zijn om zaken te kunnen corrigeren. 

Ik heb hier duidelijk werk te doen richting een aantal collega’s om deze overtuiging bij te stellen. Ik pak dit op en wil je mijn excuses aanbieden.

Leidinggevende Fiom

Wat dit mij zegt is dat de Fiom anno nu niet meer de Fiom is uit de vorige eeuw. Ik vind deze reactie positief en veelzeggend. Het stemt mij hoopvol. Dat neemt niet weg dat we er nog lang niet zijn.

Erkenning

Tot slot gaf ik aan aan mijn kennis dat, in het kader van erkenning, het gepast zou zijn als de directie van Fiom iets gaat zeggen, over de rol van Fiom in de vorige eeuw, in de nabije toekomst. En met name de impact daarvan.
Het gaat om bewustwording. Erkenning is inzicht hebben in de eigen fouten en de lessen die men ervan leert, zodat het nooit meer voorkomt in de toekomst. Erkenning is een bescheiden pleister op de open wond, maar betekent veel voor hen die onrecht is aangedaan. Hierover praten we binnenkort verder.

Geef een antwoord